Opinie

'Dag en nacht, lang of ultrakort: ik herdenk en deel verdriet'

In het verdriet van schrijver en kunstenaar Frits Marnix Woudstra meanderen recente herinneringen en herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog regelmatig door elkaar.

Treinen speelden in het leven van de familie Woudstra zowel levensreddende als fatale rollen Beeld anp

Dezer dagen is er tijd voor reflectie, met 4 en 5 mei voor de deur. Hoe is dat voor een overlever op vele fronten? Onze zoon Lucas is inmiddels 5 jaar dood en het overgebleven gezinnetje Woudstra probeert zo goed en zo kwaad mogelijk verder te leven. Het 'hoofd' van het gezin, de vader, is door die plotselinge dood opgehouden met tekenen en schilderen, maar schrijft nu tegen de klippen op.

Ieder jaar een nieuw boek, iedere keer met dezelfde thematiek: afscheid en herinnering. Het eerste boek "Lucas Casimir" (Uitgeverij Thomas Rap, 2015) zou zomaar eens zijn redding kunnen zijn, een stevige strohalm om verder te leven, de resterende tijd weer toe te laten, te omarmen. Het verdriet van nu en dat van de Tweede Wereldoorlog meanderen regelmatig door elkaar.

Het staat er echt: "Hij kiest tegen zichzelf, het zijn zijn eigen woorden. Waar zijn opa in oorlogstijd onder een trein kruipt om te overleven, kiest Lucas hetzelfde voertuig voor een ander soort bevrijding". Resultaat van een half uurtje scrollen op het internet. Een mevrouw bespreekt het boek "Lucas Casimir" en komt direct tot de essentie, althans zo voelt het, als ik ongewapend en onverwachts met dit intro geconfronteerd word. Opa versus kleinzoon.

Twee treinen
Mijn vader Egon Woudstra kruipt in september 1942 op een nacht in het geniep onder een trein op station Amsterdam Centraal en ligt in het duister te wachten tot dat 'ie (schokkend) in beweging zal komen.

Mijn zoon Lucas, die zwaar depressief en er geen gat meer inziet (mede door de falende zorg) ten einde raad voor een sneltrein in Diemen gaat staan om zich te laten verpletteren, is, 24 jaar jong, veelbelovend student psychologie, zijn bachelor net op zak. Egon - mijn vader - is een jongen van 18 in 1942, vogelvrij, op de vlucht voor de nazi's. In één klap volwassen, zou je kunnen zeggen. Hij heeft gezien hoe zijn vader door de politie is opgepakt, om de volgende dag op transport richting Mauthausen te worden gezet, om daar deskundig te worden afgeslacht door de Duitsers.

Enschede, september 1941, een nacht waarop het Twents gesternte voor ons zeer ongunstig staat. Als de deurbel de eerste keer gaat, is iedereen in huis verlamd van schrik, de tweede maal doet Truusje, ons dienstertje de voordeur open.

Van hun bed gelicht
Mijn vader, de oudste zoon, verstopt zijn moeder en broertje (en zichzelf) achter wat struikgewas in de tuin, terwijl zijn vader naar voren treedt en gewillig meegaat. Het Twents verzet heeft eerder kabels bij de moffen doorgesneden en 106 Joodse mannen moeten nu voor die actie boeten.

Mijn opa Frits Samuel is één van hen. Nog steeds onvoorstelbaar: die nacht worden in Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Eibergen, Winterswijk en tal van andere kleinere plaatsen 106 mannen, die niets met die actie te maken hebben van hun bed gelicht.

De zoon die zijn vader niet achter de bosjes in de tuin heeft meegesleept, begint op latere leeftijd, tijdens het beluisteren van een mooi strijkkwartet van Haydn zomaar ineens te praten tegen mij (of is het vooral tegen zichzelf?) "Ik had hem kunnen redden, maar ik heb gefaald" of "Ik kan deze prachtige muziek gewoon hier in mijn stoel beluisteren, terwijl hij die nooit meer zal kunnen horen". Waar heeft Egon het in godsnaam over? Als ik hem er naar vraag, noemt hij de naam van zijn vader. Frits Samuel. Daar moet ik het mee doen.

Ik durf er op zo'n emotioneel moment niet verder op in te gaan. Soms maakt hij notities op de achterzijde van bierviltjes, die hij verzamelt. Ik vind er een paar van terug, na zijn overlijden. Op de 1 staat in haastig geschreven hanenpoten "Mof", op de andere "Rotmof". Beiden in kapitalen geschreven. Krachtig en kernachtig. Er wordt verder nooit over de oorlog gesproken bij ons thuis en als dat wel gebeurt, zijn het zinnetjes in een soort code-taal.

Hekel aan herdenken
Mijn vader heeft een grondige hekel aan het herdenkingsmoment, 4 mei om 8 uur. "Aan dat soort onzin doe ik niet mee, ik denk er al iedere seconde van mijn leven aan". Die twee minuten extra collectieve rouw hebben niets met zijn eigen ingetogen verdriet te maken, zo lijkt het, het is voor hem niet met anderen te delen, zeker niet op een door hoger hand opgelegd moment.

Ik schrik dan erg van zijn opeens opzettende verbetenheid en denk automatisch als zoon dat zijn norm ook de mijne is. Ik wil hem niet afvallen als zoon en kleinzoon van mijn vermoorde opa. Verder is hij zo'n stille, zachtaardige man. Ik ben dus opgevoed in het niet op een vast moment collectief herdenken, maar nu mijn vader Egon en zoon Lucas (en de opa waarnaar ik vernoemd ben) er niet meer zijn, begin ik toch ernstig te twijfelen.

Natuurlijk denk ik iedere dag vele malen aan onze jonggestorven zoon en voel ik vaak de zelfde gevoelens van schuld ("ik had hem moeten redden") als mijn vader moet hebben gevoeld. Als ik 's avonds door Amsterdam-Oost (onze woonplek) loop en de plotsklaps opdoemende trein van Centraal naar Muiderpoort langs hoor suizen en piepen, bekruipen de koude rillingen me nog steeds. Het is de route die langs station Diemen leidt, daar waar Lucas op de rails stond, immers.

Angstig web
Het idee dat mijn vader ontsnapte uit de naziklauwen, door zich in de olielekbakken onder een internationale trein te verschansen en zijn leven hierdoor heeft kunnen redden, plus de fatale actie die mijn zoon Lucas vele jaren later onderneemt, om door een identiek vervoermiddel zijn leven te stoppen, is een situatie waarin je gemakkelijk uren wakker kan liggen, al malende en zachtjes sluimerend in een kleverig zelfgesponnen angstig web verdwijnend.

Ik heb die vaste rituelen nodig, besef ik nu. Ze zijn van grote waarde, die momenten van reflectie. Mijn familie heeft in de loop der jaren genoeg ellende meegemaakt. Nu besta ik nog, als levend mens en overlever. Vanaf nu bid, mediteer, sta ik stil, herinner me mijn vader, grootvader en lieve zoon, op alle door ons en mij gekozen momenten van de dag en nacht, lang of ultra-kort, maar ook collectief die 2 minuten op 4 mei. Door gezamenlijk stil te staan, deel je je verdriet en houd je de gedachte aan zij die er niet meer zijn levend.

Frits Marnix Woudstra is beeldend kunstenaar en schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden