James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Daar waar hormonen zijn, staat de onrust in bloei

Plus James Worthy

Op het moment dat ik de gordijnen dicht wil trekken, zie ik in de tuin van de buren een vlammetje uit een aansteker opdoemen. Ik duw de deuren open en fluister de naam van de buurjongen met een vraagteken erachter.

Een paar dagen geleden vroeg zijn moeder aan me of ik een beetje op hem wilde letten. Terwijl ze het vroeg, overhandigde ze me een fles rode wijn die haar ex-man ooit voor zichzelf had gekocht.

“Hij kijkt tegen je op,” zei ze.

“En ik kijk tegen hem op.”

De buurjongen leunt achterover in een tuinstoel waar de regenhoes nog overheen zit. Hij laat wat as van zijn joint in de opening van een leeg frisdrankblikje vallen. Ik kan zien dat hij aan het huilen was. Het is donker, maar er zijn nog wat tranen zichtbaar. In de nacht lijken tranen op lampjes.

“De puberteit is echt met me aan het fucken, buurman. Ik voel zo veel, maar ik begrijp zo weinig. Wanneer gaat dit over?”

“Wil je een pedagogisch verantwoord antwoord of wil je de waarheid?”

“Altijd de waarheid, maar please be gentle.”

“Het wordt alleen nog maar erger.”

“Serieus? Hoe was jouw puberteit dan?”

“Ik was nogal van het vermijden. Het was een soort trefbal, alleen probeerde ik niet de bal, maar de mens te ontwijken. De enige die ik tolereerde was de buurjongen. Met hem schaakte ik op ons dak. We blowden veel en luisterden naar het Temples of Boom-album van ­Cypress Hill.’

Hij pakt zijn telefoon uit zijn binnenzak en niet veel later luisteren we naar mijn puberteitplaat. Een reddingsboei van een album uit de tijd dat hiphop nog grimmig was en de beats zo smerig waren dat je na elke luisterbeurt een tetanusprik moest krijgen.

“Nummer 4 luisterden we het meest. Het ging ons om die eerste twee zinnen. ‘Some people tell me that I need help. Some people can fuck off and go to hell.’ Dat was ons Wilhelmus. Onze kolossale middelvinger naar een ­wereld die ons niet begreep omdat we onszelf nog niet begrepen.”

“Begrijp je jezelf nu wel dan, buurman?”

“Af en toe, maar dan steken de hormonen weer de kop op. Je kent ze wel. En daar waar hormonen zijn, staat de onrust in bloei.”

“Ik ben de hele tijd boos. Gisteren ook op school. Ik werd de klas uitgestuurd en toen zat ik opeens in de ­kamer van de directrice. Een lieve vrouw hoor, maar ze stelde tien vragen per minuut. Ik word moe van al die vragen. Op school vragen ze hoe het thuis gaat en thuis vragen ze hoe het op school gaat. En ondertussen ben ik verliefd op alle juffen. Verdomme, hoe denk je dat het met me gaat?”

“Wil je leren schaken?”

“Niet heel dringend of zo. Wat heb jij als puber aan schaken gehad dan?”

“Dat een pion zich als een koning kan voelen en ­andersom. En ik vond het heerlijk om fouten te maken. Nee, ik vond het heerlijk om een zet te doen en vrijwel direct in te zien dat de gemaakte zet een foute zet was. En dat mijn buurjongen vervolgens niet zag dat ik een fout had gemaakt. Dat is wat schaken voor mij is. De persoon die het allerbeste met fouten weg kan komen wint.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden