Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Daar stond Bep: geplukt, geschoren, geknipt en geföhnd

PlusMaarten Moll

Ik ging de hond wegbrengen.

Beppie.

Het kon zo niet langer. Het moest.

Na een paar minuten lopen waren we er. Ik zag het bordje op de gevel.

Trimsalon Coco.

Beppie zeulde veel te veel haar met zich mee. Ik had de hond zelf willen knippen, maar M. attendeerde me op de foto waarop Oudste Dochter (een jaar of drie) staat na een door mij uitgevoerde knipbeurt.

Kwam dus niets van in.

Het werd Trimsalon Coco.

Zonder morren liet Beppie zich meevoeren door de eigenaresse van de salon. Haar staart zwiepte heen en weer. Ze had geen oog meer voor mij.

Ik mocht haar een half uur later ophalen.

En daar stond ik weer.

En daar stond Bep.

Geplukt, geschoren, geknipt, geföhnd.

Ze verspreidde een heerlijke geur.

Wat een schitterende hond eigenlijk.

Bep begroette me lauw, en draaide rondjes aan de voeten van de trimster.

Mijn ‘ga je mee?’ maakte geen indruk.

Ik zag dat de trimster een strikje om de halsband van Beppie had geknoopt.

“Ze is een echte showgirl nu,” zei ze.

Beppie kwispelde.

Ik herinner me van lang geleden hoe mijn moeder Flip ging wegbrengen. Ze was door iemand in de straat gevraagd of onze hond hun loopse teefje kon dekken.

Dat mocht. Mijn moeder bond Flip een grote strik om en liep met hem naar het dekhuis, waar ze hem – hij rook het al en trok wild aan de lijn – trots afleverde. Die mensen waren naderhand erg te spreken geweest over de prestaties van onze Flip.

Uiteindelijk wist ik Bep toch buiten Trimsalon Coco te krijgen. Meteen maar even uitlaten.

Maar daar was Bep niet echt van gediend.

Op de stoep paradeerde ze nog met haar nieuwe, frisse coupe. Ze liep niet maar schreed. En eenmaal op het schelpenpad, neus hoog in de lucht, weigerde ze het gras of de zandvlakte op te gaan.

Ze ging een beetje achter me staan, bang dat de wind haar haar in de war zou maken.

Ik denk dat zelfs het schelpengruis haar irriteerde. Dat dat tussen haar net gemanicuurde tenen ging zitten. Ze deed snel een plas op het pad en ging er toen weer mooi bij staan.

Ik maakte de riem los. Zag te laat een aangeknaagde vogel liggen.

Maar Bep toonde niet de minste interesse, waar ze er anders als de kippen bij is om over een dode mol of een halve rat te rollen. Of door de zwanenpoep die je na twee douchebeurten en vier dagen nog rook.

Ook haar graafkuilen bij de drie bomen liet ze links liggen. Terwijl er geen dag voorbijgaat of ze duikt vol overgave in de aarde om een tunnel naar ik weet niet waar te graven.

Sterker: ze liet alles links liggen en ging ervandoor.

Ik wist het al. Was niet bezorgd dat ik haar niet meer terug zou vinden.

Rustig liep ik over de stoep richting waar we vandaan kwamen.

En daar zat ze. Kwispelend. Kijkend naar de deur. Bijna kwijlend. Een zachte jank.

Voor Trimsalon Coco.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden