Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Daar liep ik weer, op weg naar vak 79, achter op de begraafplaats

PlusMaarten Moll

Om de beginzin van het befaamde boek Temidden der kampioenen van Joris van den Bergh over de wielrenner Piet Moeskops een beetje aan te passen: ‘Het kan de lezer bekend zijn, dat wij gaarne over Nescio schrijven.’

Dus daar liep ik weer over De Nieuwe Ooster.

Ik groette de man die bomen aan het schilderen was. Ik rook al die diepe geur die de herfst aankondigt.

Achter me hoorde ik geknerp op het schelpenpad. Ik keek om, en zag nog net een oude vrouw op een fiets een zijpad inslaan. (Als het schemerig was geweest, had ik aan een geestverschijning gedacht.)

Kastanjes vielen, en bij een waterpunt leek een man met zijn arm in een gieter vast te zitten. Ik groette de dichter H. Tersted, die hier ook alweer 21 jaar ligt.

Ik was op weg naar vak 79, achter op de begraafplaats.

Naar een lege plek die weer was opgevuld. Want deze maand bleek dat de grafsteen van Nescio was verdwenen. En dat een paar maanden nadat zijn biografie was verschenen.

Al eerder had ik geconstateerd dat zijn graf en grafsteen slecht onderhouden waren. De gemeente zou het graf toch niet geruimd hebben?

De ophef werd al snel geblust. Natuurlijk had de gemeente het graf niet geruimd, hoe zouden ze ook durven, hoe zouden ze de literatuurliefhebbers zo voor het hoofd willen stoten?

De familie had de steen naar een steenhouwer getransporteerd om de steen te laten opknappen. ­Vorige week werd ik ingeseind dat de steen weer was teruggeplaatst.

Even lag Nescio daar helemaal anoniem, zoals hij als schrijver ook was geweest, want niemand op het kantoor van de Holland-Bombay Trading Company mocht weten dat hij schreef, en waardering voor zijn werk kwam pas echt na zijn dood.

Vak 79, derde rij, graf 119.

En daar stond de grafsteen van Jan Hendrik Frederik Grönloh (die hij deelt met dochter Agathe Maria en zijn vrouw Aagje). “Nescio” staat er onder zijn officiële naam.

De steen oogde weer fris, en ook de stenen omlijsting van het graf sloot weer mooi aan. Alleen wat er op het graf groeide oogde nog een beetje slordig.

De steen schitterde tussen de andere zerken, die er nu wat somber en donker en verwaarloosd bij stonden. Zou er op een begraafplaats ook zoiets als na-ijver bestaan? Dat over een tijdje rondom Nescio alle grafzerken er schoon geschrobd bij staan?

Er waren een paar kastanjes op de steen aan de voet van de zerk gelegd. Maar het graf van Nescio oogde niet als een bedevaartsoord. (Vanuit Parijs klonk het iets te triomfantelijke gelach van Jim Morrison.)

Ik pakte een kastanje tussen het groen op de buik van Nescio vandaan en stopte die in mijn zak. Waarom weet ik niet precies, want ik verzamel geen memorabilia van bekende personen.

Ooit had ik een paraplu van Joost Zwagerman. Geen idee waar die is gebleven.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden