Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Cruiseschepen voor opvang asielzoekers kunnen nergens aanmeren, Nederland moet zich rot schamen

PlusNatascha van Weezel

Natascha van Weezel

In 2003 waren mijn ouders 25 jaar getrouwd. Om dat te vieren maakten we een cruise door het Caraïbisch gebied. In de haven van Miami stapten we op de grootste boot die ik ooit had gezien. Het schip was zeven verdiepingen hoog en had plek voor 4000 toeristen. Al op de loopbrug werd een foto gemaakt van ons gezin. Die konden we aanschaffen voor 15 dollar.

Ik herinner me dat er drie zwembaden waren en een eetzaal die niet zou hebben misstaan in 19de-eeuws Wenen; kroonluchters, gouden zuilen en rode velours tapijten. Er was een sushicafé, een casino, een disco en ontelbaar veel cocktailbars. Dáár maakten mijn ouders dankbaar gebruik van. Ik heb hen een paar keer naar bed moeten brengen omdat ze nét iets te veel pina colada’s hadden gedronken.

Iedere dag meerden we aan in de haven van een ander eiland. De lokale bevolking stond ons steevast op te wachten met bloemenkransen, vers sinaasappelsap of een andere lekkernij. En zo deden mijn ouders, ik en vierduizend anderen (voornamelijk bejaarden) in vijf dagen tijd vier Caraïbische eilanden aan. Op de Bahama’s liet ik mijn haren invlechten. Ik kreeg luizen, maar dat mocht de pret niet drukken.

Fast forward naar twintig jaar later. Tijdens de coronapandemie bleken cruiseschepen enorme besmettingshaarden. De populariteit nam af en veel schepen voeren niet meer uit. Dat is handig, moet het kabinet hebben gedacht. Nu het COA op instorten staat en mensen in Ter Apel op straat slapen, kunnen we asielzoekers mooi op die boten herbergen. Prompt bestelden ze drie exemplaren, onder meer uit Estland.

Helaas bleken de meeste gemeenten geen trek te hebben in ‘asielzoekersboten’. Ze vingen immers al Oekraïners op. Daar had de regering alle begrip voor. Het plan werd opgevat om de cruiseschepen dan maar voor de kust te laten dobberen – lekker op afstand. Niemand had er echter aan gedacht dat deze mensen aan wal moeten kunnen wanneer ze willen. Anders zitten ze opgesloten en dat mag niet volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit werd ’m dus ook niet.

Probleempje: de schepen zijn al onderweg naar Nederland. Ze kunnen alleen nergens aanmeren. Van alle benaderde gemeenten (onder andere Rotterdam, Velsen-Noord, Vlissingen, Amsterdam, Den Helder en Het Hogeland) is alleen Velsen-Noord bereid om een schip te nemen. Jammer genoeg zijn de kades in die stad niet groot genoeg.

De cruiseboten waarop asielzoekers worden opgevangen zijn anders dan het schip waar ik destijds vakantie vierde. Ze hebben geen zwembaden, casino’s, cocktailbars of sushirestaurants. Het zijn gewone boten met karige hutten waar 1000 mensen tegelijkertijd kunnen slapen. Ik zeg niet dat iedere burger de asielzoekers vanaf de wal moet opwachten met tulpenkransen, stroopwafels en Heinekenbier. Maar dit nimbygedrag (not in my backyard) is het andere uiterste. Nederland moet zich rot schamen.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden