Opinie

‘Coronacrisis roept de vraag op: wie laat men verzuipen en waarom?’

Als het coronavirus toeslaat, rekent oud-hoogleraar in de rechtsfilosofie Ulli d’Oliveira erop dat hij bij overbezetting van de intensivecareafdelingen met zijn 86 jaar geen kans maakt geholpen te worden. Hoe eerlijk is dat?

De 86-jarige Ulli d’Oliveira rekent vanwege zijn leeftijd niet op hulp als Covid-19 eenmaal in volle sterkte losbarst.Beeld Eva Plevier

Op 2 maart woonde ik de oratie bij op de VU, en deed ik nog verwoed mee met zoenen en handenschudden op de receptie. Op 5 maart was er nog een faculteitsborrel op de UvA waaraan ik actief deelnam en op 10 maart liet ik me niet onbetuigd bij het wekelijkse biljart op sociëteit Arti. Geen paniek. 

Met mijn 86 jaar had ik al eerder ongegronde opwindingen meegemaakt en mij zou het virus niet raken. Daar stond ik onkwetsbaar buiten en boven. In 1942 had ik ook de kinderverlammingsepidemie in Amsterdam glansrijk overleefd. Dus.

Nu heb ik mezelf een quarantaine opgelegd en volg ik thuis het nieuws. De deskundigen spreken in technische termen: triage, lockdown, mitigatie. In het woord triage, daar focus ik mij op, zit het woord drie. Het gaat om een sorteersysteem, bedacht in 1792 door een napoleontische legerarts, Dominique Jean Lorrey, die de gewonden op het slagveld in drie categorieën indeelde.

Die indeling ging niet over de rang van de gewonde soldaat, maar over de ernst van de verwonding. Oorspronkelijk werd men gesorteerd als: 1) onbehandelbaar, 2) ter plekke behandelbaar en 3) hospitaalklant. Tersluiks werd nog een ander criterium toegevoegd: 4) overleden, dead on arrival.

Wattenstaafje

Schaarste speelt een grote rol als deze indelingen gemaakt zijn. Dat geldt ook voor de pandemie met het coronavirus. Of het nu gaat om het ontbreken van pipetpuntjes voor het opzuigen van keelslijm, titreerglaasjes voor onder de microscoop of om personeel en ic-bedden: de schaarste beïnvloedt het triagestelsel.

De beperkte middelen moeten efficiënt worden ingezet en verspilling moet worden voorkomen. Als de behandeling huisarrest is, kan het wattenstaafje gespaard blijven voor mensen in het ziekenhuis. In het ziekenhuis vindt een nieuwe triage plaats. 

De Vereniging voor Intensive Care-artsen heeft een draaiboek klaarliggen dat regelmatig wordt aangepast. Als het piekje bij het paaltje komt, dat wil zeggen als het aantal geïsoleerde ic-bedden (zo’n 1500) niet toereikt, is het devies: we nemen geen mensen meer op van boven de 80, of desnoods van boven de 70. Oei.

Waarom is dat? Bekend is dat die leeftijdsgroepen een flink grotere kans hebben na een besmetting de geest te geven. Men zou zeggen dat ze daarom in het heersende triagestelsel op de voorste rij zouden moeten staan voor behandeling: zij zitten het sterkst in de gevarenzone. Het lijkt erop dat er ook andere dan strikt medische gezichtspunten meespelen.

Dit spel doet me denken aan het uit de moraalfilosofie bekende jeu de bateaux. Er is een schipbreuk en een reddingsboot is uitgezet met plaats voor tien personen. Acht mensen hebben zich al aan boord weten te hijsen, maar er zwemt nog een aantal wanhopigen rond. Wie laat men toe? Zwangere vrouwen vanwege het kind dat zij dragen? Jonge mensen, want die hebben nog een heel leven voor zich? Ouden van dagen, want die hebben zich mogelijk verdienstelijk gemaakt voor de samenleving? Alleen sterke mannen met grotere overlevingskansen? Zo kan men zich allerlei rechtvaardigingen denken, ook voor het omgekeerde: wie laat men verzuipen en waarom?

Lacherigheid is eraf

Tegenwoordig zou men dat gedachtenexperiment ook kunnen uithalen met de theorie van de Amerikaanse sociaal-filosoof John Rawls. Die heeft vijftig jaar geleden uiteengezet dat men zich, om vooroordelen te voorkomen, en ook om eigenbelang de kop in te drukken, moet indenken dat men een blinddoek van onwetendheid omtrent zijn eigen positie moet voorbinden. We doen alsof we niet weten dat we wit of zwart zijn, man of vrouw, oud of jong, boef of braaf. Men kan zich dan afvragen bij allerlei selecties: wie kiezen we uit, en waarom?

Duidelijk is dat de medische professie overweegt bij gebrek aan capaciteit de bejaarden aan hun lot over te laten. Of althans niet toe te laten tot de ic. Het zij zo.

Maar de redenen voor deze dodelijke triage – als het zo ver komt – blijven in het ongewisse. Is het medisch zinloos of inefficiënt de al dan niet krasse knarren te redden? Ik zou het op prijs stellen als niet alleen de medische bril werd opgezet bij die selectie en te vernemen hoe de bril in deze uitbraak werkt, maar dat ook maatschappelijke en morele gezichtspunten geëxpliciteerd werden en minstens in rekening gebracht zouden worden. The greatest happiness of the greatest number? De lacherigheid is er bij mij wel af. Ik heb nog plannen.

Ulli Jessurun d’Oliveira (1933), oud-hoogleraar rechtsfilosofie en ­verbonden aan Prakken d’Oliveira, Human Rights Lawyers.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden