Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Corona lijkt de begraafplaats in bloei te zetten

PlusTheodor Holman

“Daar,” zeg ik tegen mijn vrouw tijdens de wandeling, “dat lijkt me een mooie tuin. Laten we daar even gaan kijken.”

Even later sta ik, uitkijkend over het meer van Bolsena, op een dodenakker; en opeens verliezen de verse bloemen hun vrolijkheid en krijgen ze iets schijnheiligs. De kleurenpracht verbloemt een recent tragisch verleden.

Ik loop langs de graven.

Louisa – 85 jaar oud – is hier eergisteren begraven. Naast haar ligt haar man, 87 jaar oud, die twee weken geleden stierf.

Corona lijkt de begraafplaats in bloei te zetten.

De bloemen manen ons tot stilte.

Af en toe wijs ik op een leeftijd.

Mijn leeftijd. De leeftijd van mijn vrouw. De leeftijd van mijn dochter.

Overal die verdomde fleurige vrolijkheid!

“Wat zijn dit verdomme voor bloemen!” vraag ik. Mijn kennis van de flora is gering en daar schaam ik me voor.

Mijn vrouw somt in rap tempo een aantal merken op, maar ik let niet op. Ik ben namelijk geschrokken. Op een graf dat niet goed is onderhouden zie ik opeens staan: Cornelia Boon. 1900-1942.

De naam van mijn moeder! Die heette precies zo. Hoe kan dat? Ik bedoel: hoe kan hier in Italië iemand overleden zijn met de naam van mijn moeder en de naam van mijn grootmoeder?

“Er zijn wel meer hondjes die Fikkie heten,” zegt mijn vrouw.

“Wat is dat nou voor een stomme opmerking!” zeg ik. “Tussen al die Italiaanse namen zie ik hier opeens de naam van mijn moeder… Dat moet familie zijn.”

“Waarom moet dat familie zijn?”

“Omdat… omdat… omdat het de naam van mijn moeder is. Hier in Italië, bij het meer van Bolsena.”

Gestorven in 1942. Toen was mijn moeder 28. Zat ze in Indië. In een jappenkamp. Maar op dat moment was er dus iemand in Italië met dezelfde naam en die stierf…

Het graf is bijna overwoekerd en smerig. Met wat water uit een emmertje met bloemen van een ander graf en een oud mondkapje dat ik nog in mijn zak heb, probeer ik het graf schoon te maken. Maar het lukt niet.

“Neem een foto… we moeten door. We hebben over een uur een afspraak,” zegt mijn vrouw.

Ik wil niet weg, maar ze heeft gelijk.

Uiteraard heb ik geen bloemen bij me om bij het graf te leggen.

“Nee, Theodor, je gaat geen bloemen van een ander graf stelen.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden