null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Corona komt mogelijk niet uit China, dat is een klap

PlusNico Dijkshoorn

Ik dacht deze week, tot woensdagavond, alles wel zo ongeveer te begrijpen.

Impeachment, de avondklok en wat 37 verschillende studiogasten daarvan vinden, de schoudertjes van Lodewijk Asscher, die een glas in tweeën beet toen hij zag hoe Felix Rottenberg hem verdedigde en al die informatie, daar had ik een prachtige mening over.

Tot vanochtend. Twee nieuwsdingetjes krijg ik niet onder controle. Geen idee wat ik er mee aan moet. Eerste dingetje: corona komt misschien niet uit China. Dat is een enorme klap. Nederlanders vinden het fijn als enge dingen uit het buitenland komen. China is altijd het fijnste buitenland voor enge dingen omdat ze daar raar eten. Niet als wij.

Ongeveer duizend keer heb ik het een oom horen vertellen: Chinezen laten een hele harde boer na het eten. Op die manier complimenteren ze de kok. Daar zette ik meteen mijn vraagtekens bij. Hoe werkte dat dan? Die kok was in de keuken, met allemaal sissende pannen om zich heen. Stond die de hele avond met zijn oor tegen de keukendeur om te luisteren of er iemand een boer liet?

Corona komt misschien niet uit China. Een enorme tegenvaller. Dan moeten we in vredesnaam maar concentreren op de Engelse variant. Of de Zuid-Afrikaanse. Als het maar uit een ander land komt. Dat stelt Nederlanders gerust. Je hoort nooit eens dat corona uit Geldermalsen komt. ‘Het werd per ongeluk ontwikkeld door iemand die achter zijn huis zelf bier brouwde.’

En let op, als we de buitenlandse corona er onder hebben, heeft opeens iedereen iets uit Japan. Mensen met spierwit haar worden ’s ochtends wakker met een kort, zwart kapsel. Ik zou er een moord voor doen. Maar wat ik daar allemaal van vind, dat houdt u nog tegoed.

Tweede verwarrende bericht: journalistencafé Scheltema aan de Nieuwezijds Voorburgwal dreigt door de coronacrisis zijn deuren voorgoed te moeten sluiten. Het gaat mij even om het woord ‘journalistencafé’. Ik lees dat en kan daarna niet meer denken.

Ik zie een heel café vol met regenjassen, allemaal Rinus Ferdinandussen, die heel hard staan te lullen over kinderopvangtoeslag en een bepaalde whiskey die ze ooit dronken toen ze die en die interviewden.

Ik probeer dat te begrijpen. Dat je als journalist naar een journalistencafé gaat. Hetzelfde geldt voor schrijverscafés. Wie doen dat? Met je nieuwe bundel onder je arm zo dicht mogelijk bij iemand gaan staan die wél wordt gelezen. Heel hard lachen om iemand met een bestseller.

Overigens: Scheltema moet blijven. Ik mocht er een keer pissen zonder iets te bestellen.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden