Opinie

'College moet afkomst meenemen in aanpak gezondheid'

Er is een verband tussen afkomst en gezondheid. Volgens Karien Stronks en Arnoud Verhoeff moet het college hier meer aandacht voor hebben.

Een deelnemer aan het Helius-onderzoek wordt onderzocht in Gezondheidscentrum Holendrecht. Het grote onderzoek bekijkt gezondheid en afkomst Beeld Jean-Pierre Jans

In het collegeakkoord 'Een nieuwe ­lente en een nieuw geluid' spreekt het college van b. en w. de ambitie uit om kansenongelijkheid in Amsterdam te verkleinen. Expliciet benoemt het college de noodzaak om ongelijkheid in gezondheid aan te pakken.

De verschillen in gezondheid zijn groot. Het college wijst in het bijzonder op het feit dat Amsterdammers met een lagere opleiding gemiddeld bijna 20 jaar eerder in hun leven gezondheidsklachten krijgen dan stadgenoten met een hogere opleiding.

Opvallend is dat het college ongelijke kansen op een goede gezondheid niet in verband brengt met diversiteit in afkomst. Opvallend, omdat ongeveer de helft van de Amsterdammers in het buitenland is geboren of kind is van ouders die in het buitenland zijn geboren, en omdat ongelijkheid in gezondheid zich ook ­tussen bevolkingsgroepen voordoet.

Toegegeven, onze kennis van dit onderwerp is nog beperkt. Dat heeft er vooral mee te maken dat mensen die aan wetenschappelijk onderzoek deelnemen vaak geen brede afspiegeling zijn van de bevolking als geheel. Wel komt er de laatste jaren steeds meer onderzoek dat laat zien dat afkomst er, vanuit het perspectief van gezondheid, wel degelijk toe doet.

Enkele voorbeelden. Onder Amsterdammers met een lagere opleiding krijgen degenen met een migratieachtergrond op nóg jongere leeftijd gezondheidsklachten dan stadgenoten van Nederlandse afkomst. Daarnaast blijkt dat een derde tot de helft van Amsterdammers met een migratieachtergrond suikerziekte heeft. Dat is een beduidend groter deel dan de 10 procent in de bevolking als geheel.

Leed
Een kwart van de Amsterdammers van Turkse afkomst rapporteert ernstig depressieve klachten - dat is vier keer zoveel als Amsterdammers van Afrikaanse afkomst. Hoge bloeddruk komt juist weer veel voor onder Amsterdammers met Afrikaanse wortels, zelfs bij meer dan de helft.

Als mensen wordt gevraagd wat het belangrijkste is in het leven, dan noemen zij steevast als eerste gezondheid. Dat de relatief hoge ziektelast in specifieke bevolkingsgroepen veel individueel leed veroorzaakt, behoeft dan ook geen betoog.

Karien Stronks, hoogleraar public health, Amsterdam UMC Beeld -

Daarbij komt dat gezondheids-problemen de kansenongelijkheid op andere levensterreinen vergroten. Gezondheidsproblemen maken het bijvoorbeeld moeilijker om aan werk te komen, om een opleiding af te maken en om een actief sociaal leven te leiden.

Het goede nieuws is nu dat deze kansenongelijkheid deels kan worden voorkomen. Oplossingen hiervoor liggen allereerst binnen de ­gezondheidszorg. Zo kunnen mogelijkheden voor preventie, ter voorkoming van ziekten, meer worden benut. Dit geldt bijvoorbeeld voor suikerziekte: we kunnen een deel daarvan voorkomen door mensen met een hoog risico hierop intensief te begeleiden bij het veranderen van hun voedings- en beweegpatroon.

De oplossingen liggen ook buiten de gezondheidszorg. Ongelijke kansen op goede gezondheid tussen bevolkingsgroepen weerspiegelen ook verschillen in levensomstandigheden. Leven in armoede, leven met stress als gevolg van discriminatie, leven in een omgeving waarin roken heel gewoon is, het wonen in een onveilige buurt: het zijn allemaal factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid.

Willen we gelijke kansen op een goede gezondheid realiseren, dan moeten we de levensomstandigheden van bevolkingsgroepen met een hoge ziektelast verbeteren. Om voor elk van die groepen de beste oplossing te kunnen kiezen, zullen we wel eerst beter moeten begrijpen waardoor de ongelijkheid op het gebied van ­gezondheid ontstaat.

Onderzoek
Het Amsterdam UMC en de GGD Amsterdam zijn daar druk mee bezig, samen met 25.000 Amsterdammers die in de periode 2011-2015 aan het zogenaamde Helius-onderzoek hebben meegedaan. De gegevens die we hierboven beschreven, zijn uit dat onderzoek afkomstig.

Arnoud Verhoeff, hoofd afdeling epidemiologie, GGD Amsterdam Beeld -

De komende twee jaar zullen we deze 25.000 Amsterdammers uit verschillende bevolkingsgroepen opnieuw uitnodigen om aan het Helius-onderzoek mee te doen. Het doel van dit ­vervolgonderzoek is een beter inzicht te krijgen in het ontstaan van de problemen waarover we schreven.

Maatregelen
Op basis van dat verdiepte inzicht kunnen maatregelen worden genomen, die inspelen op de factoren die de ongelijkheid veroorzaken, zowel binnen de gezondheidszorg als binnen gemeentelijke sectoren als onderwijs, huisvesting, werk en inkomen, participatie en ruimtelijke ordening.

Dat de diversiteit onder haar inwoners groot is, maakt Amsterdam tot de stad die het is. Dat iemands afkomst medebepalend is voor de kans op een lang en gezond leven, verdient in een nieuwe lente een nieuw geluid.

Maandag om 20 uur in Pakhuis de Zwijger: een ­thema-avond over inclusieve gezondheidszorg, met als spreker onder anderen Karien Stronk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden