Volgens huisarts Kees de Kock moeten bedrijfsartsen eerder betrokken worden bij werkgerelateerde klachten.

Opinie

‘Burnout? Bedrijfsarts komt te laat in beeld’

Volgens huisarts Kees de Kock moeten bedrijfsartsen eerder betrokken worden bij werkgerelateerde klachten.Beeld Getty Images/iStockphoto

Een burn-out, rugklachten of vermoeidheid: het zijn werkgerelateerde klachten die vaak bij de huisarts terechtkomen. Kees de Kock stelt dat bedrijfsartsen hierbij eerder ­betrokken moeten worden.

Een onderwijzeres was langdurig uitgevallen als gevolg van een burn-out. In die tijd werd bij haar borstkanker geconstateerd. Door de te verwachten duur van de behandelingen en de vermoeidheid die het gevolg zou zijn, leek terugkeer naar haar werk geen haalbare kaart meer, volgens zowel haar werkgever als bedrijfsarts.

Toen dit min of meer bij toeval bij haar huisarts ter sprake kwam en de huisarts vroeg wat de docente eigenlijk zelf zou willen, realiseerde zij zich pas hoezeer ze haar werk miste. Hierop nam de huisarts contact op met de bedrijfsarts en door zorgvuldige begeleiding, waarbij zowel haar werkgever als behandelende artsen ­betrokken waren, lukte het haar uiteindelijk weer volledig aan het werk te komen.

De docente is een voorbeeld van vele werkenden die te maken hebben met werkgerelateerde ziekteklachten. Vaak hebben ze te maken met baanonzekerheid, een inkomen dat te laag is en werkomstandigheden die op den duur een bedreiging voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid kunnen vormen, zo staat ook in Het Betere Werk, een recent rapport van de ­Wetenschappelijke Raad voor het Regerings­beleid Bedrijfsartsen spelen een centrale rol in het beschermen van de gezondheid van werk­nemers. Dit doen zij door werkgevers te adviseren over de werkomstandigheden en door werknemers een spreekuur te bieden waar zij gezondheidsproblemen kunnen bespreken.

Dit kunnen gezondheidsproblemen zijn die veroorzaakt zijn door het werk, maar ook ­gezondheidsproblemen die hun vermogen om te werken beïnvloeden, zoals suikerziekte, hart- en vaatziekten of longaandoeningen.

Langdurig verzuim

Sinds 2015 hebben werkenden wettelijk recht op toegang tot een bedrijfsarts, maar van dit recht wordt weinig gebruikgemaakt. Vaak komt de bedrijfsarts pas in beeld als sprake is van langdurig verzuim. Na zes weken verzuim ­bestaat er namelijk voor de werkgever een ­verplichting om een multifactoriële probleemanalyse en een behandelplan te laten opstellen. Niet zelden vindt dan pas het eerste contact met een bedrijfsarts plaats. In veel bedrijven blijven de mogelijkheden voor bedrijfsartsen om uitval te voorkomen daardoor beperkt.

Als een werknemer ziek is, bezoekt deze meestal eerst de huisartsenpraktijk, terwijl veel van hun klachten een relatie kunnen hebben met hun werk. In ons onderzoek was dat het ­geval bij 33 procent van de deelnemers. Het gaat dan zowel om psychische als lichamelijke problemen. Onderzoeksbureau TNO vond dat 17 procent van alle Nederlandse werkenden verschijnselen van burn-out vertoont.

Door tijdig te signaleren en in samenwerking met de bedrijfsarts aan te sturen op maatregelen, zoals aanpassing van de werkduur of werk­inhoud, kan worden voorkomen dat mensen uitvallen of hun werk verliezen. Patiënten ­stellen het ook op prijs als de huisarts op de hoogte is van hun beroep en willen van de huisarts advies over wel of niet gaan werken met ­gezondheidsproblemen. Huisartsen moeten daarom een sleutelrol gaan spelen bij het ver­beteren van de aanpak van werkgerelateerde gezondheidsproblemen. Zij moeten deze ­problemen in een vroeg stadium signaleren en patiënten begeleiden.

Regie nemen

Verschillende factoren staan het breed toepassen van een dergelijke aanpak nog in de weg. Huisartsen besteden te weinig aandacht aan werk en zijn vaak niet op de hoogte van het ­beroep van patiënten, mede door de beperkte tijd die ze hebben. Daarnaast verloopt de ­samenwerking tussen huisartsen en bedrijfsartsen vaak moeizaam door het ontbreken van een infrastructuur die overleg faciliteert. En dan is er ook nog onderling wantrouwen ­tussen huisartsen en bedrijfsartsen.

Ook patiënten spelen hierin een rol. Het stigma dat aan veel, met name psychische, gezondheidsproblemen verbonden is, weerhoudt mensen om hulp te zoeken. En vooral bij ­mensen met tijdelijke contracten speelt de angst om hun werk en daarmee inkomen te ­verliezen een rol bij het niet inroepen van hulp. Zo blijven mensen vaak te lang doorwerken met gezondheidsproblemen. Als ze dan toch uitvallen, zijn de problemen ernstiger en moeilijker te behandelen.

Er is steeds meer bewijs dat aandacht voor het werk van patiënten en het betrekken van de werkomgeving bij de behandeling tot betere ­resultaten leidt. Zo gingen ernstig depressieve patiënten sneller aan het werk en herstelden zij beter als hun bedrijfsarts bij de behandeling ­betrokken was. En bepaalde vormen van ­psychotherapie werkten beter als zij meer ­gericht waren op het werk.

Werkgerelateerde gezondheidsproblemen vormen een urgent en complex maatschappelijk probleem. Daarom moet de overheid hier nadrukkelijker de regie in nemen. Zo moeten lokale overheden samen met uitvoerings­instanties en behandelaren bestaande kennis kunnen implementeren en nieuwe, effectievere en beter geïntegreerde zorg ontwikkelen. Want betere zorg en gezondheid voor werkenden ­betekent uiteindelijk winst voor iedereen.

Kees de Kock is huisarts. Hij promoveerde op het proefschrift ‘The role of GPs in work-related ­problems’ aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden