Opinie

‘Burger, stem op partijen die opkomen voor het collectieve goed’

De huidige onvrede onder burgers wordt, paradoxaal genoeg, veroorzaakt door hun eigen keuze voor partijen die de burgers in de kou zetten, analyseert Paul Pennings. 

Burgers nemen niet meer klakkeloos aan wat de elites hen voorspiegelen.Beeld Anjo de Haan/ANP

Diverse commentatoren hebben de afgelopen weken in diverse media teruggekeken op de politieke ontwikkelingen in de jaren ’10. Een aantal van hen constateert dat er wereldwijd sprake is van veel ongenoegen over de overheid (de elites) en dat de autoritaire krachten aan de winnende hand zijn, waarbij vaak wordt verwezen naar het rechts-populisme. De overheersende conclusie is dat de democratie voor veel burgers aan glans heeft verloren en dat in ­sommige werelddelen zelfs sprake is van een afbraak van democratie en terugval in auto­cratisch bestuur en controle van de burger.

Wat mij opvalt aan deze manier van interpreteren is dat het matig wordt onderbouwd (heel verschillende ontwikkelingen wereldwijd worden over één kam geschoren) en dat slechts één kant van de zaak wordt belicht, namelijk de sombere kant. Om een scherper beeld te krijgen van de stand van zaken met de democratie is het nodig om kennis te nemen van het voortgaande debat hierover.

Dan blijkt dat er inderdaad een sombere visie bestaat, maar deze biedt een heel andere verklaring dan die van de ‘burger’ die uit ontevredenheid over bestaande democratische oplossingen, kiest voor een meer autoritaire aanpak.

Vicieuze cirkel

Een prominente wetenschappelijke verklaring voor afkalvende steun voor democratie is dat de overheid zelf is veranderd, vooral in het ­Westen, van een ‘vadertje staat’ naar een neo­liberale staat waarin de burgers zelf hoofd­verantwoordelijk worden gehouden voor hun eigen welvaart en welzijn (in Nederland heet dat de ‘participatiesamenleving’).

Deze fundamentele verandering wordt gedragen door een neoliberale ideologie die in de jaren ’10 weliswaar deels spaak liep op burgerprotesten, maar tegelijkertijd ook standhield omdat het nog steeds de grondslagen van het overheidsoptreden in veel westerse landen mede bepaalt.

Het is dus de politieke steun van burgers voor het neoliberale denken dat de overheid steeds verder verzwakt ten opzichte van de markt. Dit leidt tot de paradoxale situatie dat de huidige onvrede van burgers deels wordt veroorzaakt door hun eigen massale politieke steun aan partijen die prioriteit geven aan neoliberale oplossingen die de burgers in de kou zetten.

Dit wordt een vicieuze cirkel die alleen kan worden doorbroken als gewone burgers partijen gaan steunen die opkomen voor het collectieve goed (veiligheid, milieu, gezondheidszorg, onderwijs, sociale zekerheid, pensioen) en daarin een centrale rol van de overheid voorstaan.

Mondige burgers

Dit zijn echter ook de partijen die in veel westerse landen, ook in Nederland, in de oppositie zitten. Het wordt tijd dat deze partijen zich krachtiger gaan presenteren door te laten zien hoe de kiezer zelf (mede)verantwoordelijk is voor de ontstane problemen en hoe de kiezer zelf een cruciale rol speelt in het doorbreken van de vicieuze cirkel.

Er is nog een tweede inzicht uit het wetenschappelijke debat dat nauwelijks doorklinkt in de journalistieke weergaven van de stand van zaken met de democratie in de jaren ’10.

Er is namelijk ook een optimistische interpre­tatie die zegt dat de protesten van boze burgers laten zien dat de burger mondig is geworden en niet meer klakkeloos aanneemt wat de elites hem voorspiegelen.

Deze stem van onderop is lastig voor de elites, verzwakt hun positie en toont aan dat de democratie springlevend is, doordat groepen gedupeerde burgers zich steeds beter weten te weren als ze in de knel komen. In deze visie is populisme niet bij voorbaat slecht, want het geeft een stem aan burgers die zich voorheen hebben afgewend van de politiek.

Machtsbronnen

Waarschijnlijk zit er in beide visies een kern van waarheid. Maar dat maakt de situatie wel complex, want het betekent dat het neoliberalisme de overheidssteun aan zwakke groepen zal blijven matigen en zelfs afbouwen, tenzij deze groepen zelf over de machtsbronnen beschikken om deze trend te keren.

Enkele protestgroepen hebben inderdaad deze machtsmiddelen, denk aan boeren, milieuactivisten en onderwijzers. Maar vele andere gedupeerde groepen en sectoren hebben dit niet. Het gevolg is dat de neoliberale doorwerking vooral die groepen en sectoren zal raken die zich het minste kunnen verweren, omdat ze niet of zwak georganiseerd zijn, zoals laagopgeleiden, gehandicapten, minderjarigen, werklozen, bepaalde groepen ouderen, migranten, bijstandsgerechtigden, slachtoffers van misdrijven, et cetera.

Dit leidt dan weer tot een sterker wordende tweedeling tussen hen die zich weten te redden (of zelfs floreren) en groepen die steeds verder gemarginaliseerd worden.

Blikvernauwing

Een democratie kan alleen volwaardig functioneren als alle groepen zich gesteund voelen door een overheid die hun rechten respecteert. Dit kan alleen gebeuren als de groepen zelf over de grenzen van hun eigen gelijk heen weten te kijken en kiezen voor oplossingen die het collectieve goed ten goede komen en waarvan alle burgers, ongeacht herkomst en afkomst, kunnen profiteren.

De neoliberale ideologie ondermijnt het vertrouwen in de overheid en is funest voor maatschappelijke cohesie. Zowel de burgers als de media zouden alle partijen en bewindslieden kritischer mogen bevragen op de manier waarop zij onze collectieve goederen in stand houden, zodanig dat dit alle burgers ten goede komt. Dat is immers hun hoofdtaak.

Het is aan de burger om de politiek die kant op te duwen (door te stemmen op partijen die steun bieden aan alle groepen in de maatschappij) en aan de media om het gevoerde beleid ­kritisch te toetsen op de manier waarop regeringen deze overkoepelende doelstelling in de praktijk trachten te realiseren.

Publieke steun voor zo’n type beleid wordt steeds lastiger omdat veel burgers zich laten informeren via sociale media, waarbij vaak blikvernauwing plaatsvindt, die het bijna onmogelijk maakt om veel begrip te hebben voor andere groepen.

Collectieve keuzes

Indien deze ‘groupthink’ blijft domineren, worden de jaren ’20 een herhaling van de jaren ’10 met als kenmerken veel protest, veel hoogoplopende tegenstellingen, afkalvend vertrouwen in de overheid en toenemende steun voor partijen die de maatschappelijke tegenstellingen uiteindelijk alleen maar vergroten.

Dus ja, er is zeker reden voor somberheid, maar ook voor optimisme, als de juiste scherpe analyses en doeltreffende collectieve keuzes worden gemaakt. En daar zijn we gezamenlijk verantwoordelijk voor in een democratie.

Paul Pennings, universitair hoofddocent politicologie aan de Vrije Universiteit.Beeld Pennings, P.J.M.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden