Plus Column

'Buiten is het Nederland, binnen is het Afghanistan'

Massih Hutak Beeld Robin de Puy

"Buiten is het Nederland," sprak mijn vader terwijl hij met zijn vinger betekenisvol uit het raam wees. "En binnen is het Afghanistan," bij het uitspreken van die laatste woorden wees hij op het Perzische tapijt in onze woonkamer.

Ik doe het moment zo nauwkeurig als ik het me kan herinneren na voor Lievelingsmeisje en m'n pa, die me zit uit te lachen aan de eettafel met Kindjongen in z'n armen. Omdat ik wijs op een Ikea-tapijt. Tot mijn eigen spijt. Ewa ja.

Ik moet een jaar of negen geweest zijn toen hij deze woorden voor het eerst, en zeker niet voor het laatst, uitsprak tegen mijn broers en mij: buiten is het Nederland en binnen is het Afghanistan. Duidelijk.

En toch gold thuis de regel om zo veel mogelijk Nederlands te spreken. Mijn vader had twintig jaar geleden namelijk niet de luxe om als alleenstaande ouder van drie zoons een taalcursus te volgen. Als mijn broers en ik thuis Nederlands spraken, zouden én wij het sneller machtig worden én kon hij het weer van ons leren. Win-win.

Dat was sowieso het uitgangspunt: maak je beide culturen zo goed mogelijk eigen. Oftewel: proberen te aarden op nieuwe grond, zonder te vergeten waar je vandaan komt.

Het experiment slaagde overtuigend. Maar waarom ik dit moment nu uitgerekend op een doordeweekse avond theatraal sta na te spelen voor vader, vrouw en kind, weet ik eerlijk gezegd niet meer. Behalve dan dat ik tijdens het avondeten iets had opgegooid over hoe belangrijk ik het vind dat die kleine van me meertalig wordt opgevoed.

Want al was binnen Afghanistan: er werd steevast naar Bollywoodfilms gekeken op de Indiase televisiezender en fanatiek geluisterd naar Amerikaanse hiphop uit mijn broers speakers. En al was buiten Nederland, het was in Noord toch vooral de wereld in het klein.

Tel dus bij Nederlands en Farsi nog zo'n twee, drie talen op die ik leerde in de buurt en deze jongen sprak mooi wel zes talen voor z'n tiende. En ik geloof graag dat dat voor altijd een duw in de rug is geweest. Of zoals iemand ooit zo mooi zei: ik kom uit een achterstandswijk, dus ik heb een voorsprong.

Misschien is dit het juiste moment om te zeggen dat Kindjongen deze week, net drie maanden oud, is begonnen met wendagen bij de opvang. Waarmee ik maar wil zeggen dat het type school, meertaligheid, etcetera voorlopig nog niet aan de orde zijn. Maar zoals we in Amsterdam-Noord zeggen bij zulke belangrijke en serieuze discussies: je weet maar nooit.

Nu weet je altijd maar nooit. Toch zou ik het persoonlijk keihard vinden als hij naast Nederlands en Engels op z'n minst Farsi en Sranantongo leert spreken.

Allereerst zodat hij op familiefeestjes gezellig mee kan roddelen. Maar ook omdat ik het hem gewoon van harte gun om door Amsterdam te lopen en ongewenst in verschillende talen allerlei verschillende gesprekken op te vangen. Beste shit ever. Ja toch.

Rapper en schrijver Massih Hutak (26) schrijft columns voor Het Parool.

Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden