Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Bruggen & braaksel; smerige verhalen komen nooit alleen

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Het was een bruggendag.

Eerst maakte ik een kleine omweg, om over de Johan Cruijffbrug te kunnen fietsen. Een eenvoudige houten brug die wat tussen de huizen middenin Park de Meer verstopt ligt. Sierlijk kon je de brug niet noemen, ze heeft niets van de grandeur van de voetballer.

De brug was niet versierd. Wat jammer was, want JC zou op 25 april 75 jaar oud zijn geworden.

Daarna, een heel stuk verder, nog voorbij de Oeterwalerbrug, tegenover het Tropenmuseum wilde ik de nieuwe brug zien.

Nou ja, nieuw. Die brug, tussen het Tropenmuseum en de Sarphatistraat ligt er al sinds 1902, maar ze heeft een andere naam gekregen. De Muiderpoortbrug (brug 265) heet nu de Henriëtte Pimentelbrug. Uit eerbetoon vernoemd naar de verzetsvrouw die in de Tweede Wereldoorlog als directeur van een crèche tegenover de Hollandse Schouwburg honderden Joodse kinderen hielp redden.

Aan de brug was een gedenksteen aangebracht. Er stond een korte tekst over Henriëtte Pimentel op. Afgesloten met de zin ‘Wie één mens redt, redt een hele wereld.’

In 2016, ook wat laat, werd er een fietsbrug in Nieuw-West naar haar vernoemd. Maar nu is ze gepromoveerd naar een grotere brug die beter bij haar status past. (Heel vaag hoor ik Johan Cruijff protesteren. Zijn brug is ook een fietsbrug omdat daar geen auto’s overheen mogen.)

Wat zag ik eigenlijk? Mooi aangebrachte belettering die goudachtig oplichtte in het zonlicht. Maar het verkeer raasde er even onverschillig als over elke andere brug overheen.

Via de Jules Schelvisbrug en de Magere Brug fietste ik over brug 248, de Paleis voor Volksvlijtbrug (wist ik niet, zocht ik op), die het Westeinde met de Van Woustraat verbindt.

Een paar minuten later dronk ik een kop koffie in het café op een hoek van de Albert Cuypmarkt waar Jongste Dochter werkt. Ik kreeg van haar een bijzonder onsmakelijk verhaal te horen over een dronken toerist die achter in de zaak de hele boel onder had gekotst. “We hadden niet genoeg handdoeken en theedoeken om die zooi op te ruimen. Echt heel vies. Ik heb een half uur mijn handen gewassen en toen rook ik het nog.”

Smerige verhalen komen nooit alleen. Ik fietste via een andere route door het centrum terug naar huis en stopte op een brug in de Oude Hoogstraat. Omdat ik wilde weten wat de naam van die brug was. Ik was echt in de ban van bruggen. Het was brug 224, de Bushuissluis, met uitzicht op de Nieuwmarkt.

Links, een stukje de Kloveniersburgwal op, zag ik een man in en blauw overhemd met korte mouwen en gele palmbomen half tegen de walkantbescherming liggen. Hij braakte een geelbruine golf vloeistof over de groene stangen. En toen nog een golfje. Het braaksel droop van de stangen, en langs zijn kin.

Twee vrouwen snelden toe. Ze depten zijn gezicht met zakdoekjes en gaven hem water.

Ik dacht aan die laatste zin op de steen van Henriëtte Pimentel.

Toen schokte de man voorover en golfde het braaksel weer.

“Wat een druipkaars,” zei een vrouw met een heel klein hondje die naast me op de brug ook naar het tafereel stond te kijken.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden