Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Broodman wilde niet weten wat er was gebeurd met Christian Eriksen

PlusMaarten Moll

Om de halve minuut keek ik op mijn telefoon om te kijken of er nieuws was over Christian Eriksen.

De wedstrijd lag al een hele tijd stil en ik was met de honden naar buiten gevlucht.

Ik vreesde het ergste, liep maar wat over de dijk. Fred pieste bijna tegen mijn been aan.

“Wat kijk je toch steeds op je telefoon, je bent de laatste paar minuten geen meter opgeschoten.”

Ik had hem niet zien aankomen.

Broodman.

Hij greep in de volle broodzak en strooide een hand kruimels op het pad.

Ik vertelde hem over wat er met Christian Eriksen was gebeurd. Zocht op de telefoon om het hem te laten zien.

Hij stak afwerend zijn hand op.

“Ik kan je wel ergere dingen laten zien.”

Hij ging er verder niet op door.

“Ik volg het voetbal niet,” zei Broodman. “Vroeger wel, maar nu al lang niet meer.”

Hij wees op zijn knie.

“Wat is er gebeurd?” vroeg ik.

Een wrange glimlach. En hij liep verder.

Iets in zijn loop deed me aan Aart denken, onze beste man toen ik nog in Taba 4 speelde, ergens in de kelder van de Amsterdamse Voetbal Bond. Maar misschien verbeeldde ik het me. Misschien wilde ik alleen maar aan iets ergs denken wat ik op het voetbalveld had meegemaakt. Iets waar ik hoop uit kon putten voor Christian Eriksen.

Aart kreeg tegen een ploeg uit West een kopstoot. Omdat hij te goed speelde, en de mannen uit West die middag kampioen konden worden.

De man uit West wreef even over zijn voorhoofd, Aart liep blauw aan en viel op de grond.

“Aansteller,” riep er één.

Er kwam een ambulance het veld op en Aart werd naar het ziekenhuis vervoerd.

De mannen uit West stonden er onbewogen bij. “Spanning van het kampioenschap,” zei de aanvoerder. “Gaan we nog verder of hoe zit dat?”

Wij weigerden de wedstrijd uit te spelen, en de emmers met bloemen – ‘betalen jullie die dan?’ – gingen weer richting West. Ik weet niet meer of we nu wel of niet aangifte tegen de kopstoter hebben gedaan.

Wij belden de hele avond met elkaar om te weten te komen hoe het met Aart ging. Pas de volgende ochtend kwam het verlossende woord dat hij het goed maakte. Wel was hij in het ziekenhuis om het uur wakker gemaakt omdat een arts wilde bepalen of er niets mis was met zijn hersenen.

Aart hebben we nooit teruggezien op het veld, en de ploeg uit West werd alsnog kampioen.

Ik keek weer op mijn telefoon en las een hoopvol bericht. Christian Eriksen scheen op een foto een hand te hebben opgestoken.

Ik wilde het Broodman naroepen, maar ik zag hem niet meer.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden