James Worthy.Beeld Agata Nowicka

Broodjeszaken zijn de hartkamers van Amsterdam

PlusJames Worthy

Soms, heel soms, bijna nooit, maar heel soms, ben ik eventjes niet meer smoorverliefd op Amsterdam. Als mijn vrouw en ik drie kwartier naar een parkeerplek moeten zoeken bijvoorbeeld. Of als de meeuwen mijn vuilniszak openscheuren en de hele straat kan zien dat ik in 2020 nog steeds niet ben begonnen met afval scheiden. Of als ik zie dat alle stoplichten in de buurt van de basisschool van mijn zoon het al maanden niet doen. Of als de dealers op de Wallen niet aan me vragen of ik iets van ze wil kopen. Niet dat ik iets van ze wil kopen, maar ik vind het fijn als ze het aan me vragen.

Maar als de verliefdheid eventjes wegebt, ga ik naar een broodjeszaak op de Jan van Galenstraat en wacht ik tot ik de vlinders in mijn buik weer kan voelen fladderen. Broodjeszaken zijn de hartkamers van de stad Amsterdam. De tijd staat er stil.

Als ik een broodjeszaak binnenstap, moet ik aan mijn oma denken. De geur van gehaktballen die in weelderige jus aan het synchroonzwemmen zijn. Mijn oma woonde in de Marco Polostraat. Marco Polo was een ontdekkingsreiziger. Mijn oma had genoeg aan de stad.

Ze verloor mijn opa, de liefde van haar leven, al vroeg. Hij was er niet meer, maar toch kon iedereen die bij haar at proeven dat ze nog steeds voor hem kookte. Ik was nog klein en ik wist niets van liefde, maar ik kon het al wel ruiken.

Als je bij haar binnenkwam, rook je precies wat ze ­probeerde. Ze probeerde opa met al die hemelse geuren terug naar aarde te lokken. Wat Rapunzel met haar lange vlechten deed, deed oma met draadjesvlees: ze hoopte dat haar prins de draadjes vast zou pakken en weer naar haar toe klom.

Op de momenten dat ik Broodje Daan binnenloop, ruik ik liefde. Ik ruik mensen die broodjes aan het ­smeren zijn voor de mensen die er niet meer zijn. Ik ruik troost. Een zacht bolletje, wat boter en een dekentje van gekookte worst waar je onder kunt kruipen.

Vorige week bestelde ik er twee broodjes Rox (hete kip, gesmolten oude kaas, gefrituurde uitjes en Buddysaus). Ik zat aan een tafeltje met twee loodgieters en een dakdekker. We dronken halfvolle melk uit glazen. In de hoek bij de deur stond een lege stoel. Op de tafel stond een foto van een vaste klant die was overleden. Een oude vrouw waggelde naar binnen en bestelde een erwten­soep. Toen ze haar soep op had, rekende ze af en liep ze naar buiten.

Ze waggelde niet meer.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden