Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Brood met een snuifje kaneel voor de vogels

PlusMaarten Moll

Hij loopt langzaam over de dijk, beide handen aan het stuur van zijn fiets.

In zijn rechterhand klemt hij ook een doorzichtige plastic zak.

Broodman.

Een oude kapiteinspet. Grijs windjack. Een blauwe broek die om zijn benen slobbert. Altijd keurig sneakers aan zijn voeten. Altijd in zichzelf gekeerd.

Nooit zie ik hem fietsen.

In de plastic zak zit broodkruim.

Af en toe staat hij stil, doet een greep in de zak en strooit de broodkruimels in het gras.

De vogels wachten op hem. Ze vliegen met hem mee.

Ik kom hem achterop met de hond. Bep is niet geïnteresseerd in de kruimels, maar snuffelt wel aan de broek van Broodman.

“Je moet een hond nooit brood geven,” zegt hij.

Ik wacht tot hij met een verklaring komt, maar hij zwijgt.

Ik wil verder lopen, maar hij richt zich nu helemaal tot mij, waarbij de fiets bijna uit zijn handen glipt.

“Het komt voor dat ik zelf al mijn brood opeet. Dan is er niets voor de vogels.”

Hij kijkt naar de hond, maar doet geen moeite haar aan te halen.

“Maar ik heb de laatste dagen niet zo’n honger. Dat is goed voor de vogels.”

“Ja, vogels zijn dol op brood,” zeg ik maar.

“Ik doe er een snuifje kaneel bij,” zegt de man.

“Dus u bent het niet die soms van die hompen Turks brood bij de brug gooit?”

“Treurig,” zegt hij. “Rattenvoer.”

“Zij is er een keer bijna in gestikt,” zeg ik, en ik wijs naar Bep.

Broodman reageert niet, staart in de verte.

“Ik koop nooit extra brood,” zegt hij na een tijdje.

Wat is zijn verhaal?

“Kent u Babel?” vraagt hij vanuit het niets.

“De voetballer?” zeg ik.

Broodman kijkt me aan. Er gloeit iets onnoemelijk treurigs diep in zijn ogen.

“De schrijver,” zegt hij. “Isaak Babel.”

“Verhalen,” zeg ik.

De rode ruiterij. Mooiere verhalen zijn er niet geschreven.”

“Tsjechov?”

Hij smaalt.

“Ik heb net verhalen van Osipov gelezen,” zeg ik. “Kent u die?”

Broodman staat stil, doet een greep uit het zakje broodkruim en werpt het op het talud. Onmiddellijk zweven er vijf, zes vogels naar het gras.

“Osipov? Nee.”

Hij kijkt om zich heen.

“Er komen hier in de buurt geen windturbines te staan, toch?’

“Ik geloof het niet, nee,” zeg ik.

“Bij gebrek aan brood probeerden we honing te bemachtigen met onze sabels. In Wolynië zijn geen bijen meer,” declameert Broodman zacht.

“Babel?” zeg ik.

De weg naar Brody. Prachtig verhaal.”

Hij lacht.

“Dat zijn de enige zinnen die ik uit mijn hoofd weet, hoor. En nog iets van Hermans.”

Broodman steekt een hand op en loopt langzaam verder, handen aan het stuur. In de plastic zak nog twee vingers broodkruim.

Waar ligt in godsnaam Wolynië?

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden