PlusColumn

Briljant verdienmodel: het geld komt gewoon naar ons toe

Patrick Meershoek
Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort
Patrick MeershoekBeeld Maarten Steenvoort

Een puber in een groeistuip, zo omschreef Frans van der Avert Amsterdam zaterdag in Het Parool. De directeur van Amsterdam Marketing heeft vermoedelijk geen kinderen thuis, want de vergelijking was geruststellend bedoeld: de worsteling van de stad en zijn bewoners met de drukte is van voorbijgaande aard.

Een slungel in de groei? Op sombere momenten zie ik Amsterdam eerder als Elvis in Las Vegas, de fase in zijn carrière die volledig in het teken stond van de vermarkting van de stralende ster die hij ooit was.

Een vermoeide artiest, flink wat kilo's te zwaar, en een willoos instrument in de handen van gewiekste lieden die precies weten hoe ze de massa naar de kassa moeten brengen.

Ook voor Amsterdam staan de mensen wereldwijd in de rij. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde deze week dat buitenlandse bezoekers vorig jaar 21 miljard euro spendeerden, en aangenomen mag worden dat de hoofdstad met al zijn voorzieningen en attracties een aanzienlijk deel van dat astronomische bedrag voor zijn rekening neemt.

De stedelijke economie spint er garen bij, en als we de prognoses over het aantal bezoekers uit binnen- en buitenland mogen geloven, komt daar in de komende jaren nog veel meer garen bij.

Het toerisme zou, met alles wat eraan vasthangt, zomaar kunnen uitgroeien tot een blijvend belangrijke bron van inkomsten van de stad.

Een briljant onderdeel van het verdienmodel is dat het geld gewoon naar ons toe komt. Voor de financiering van de vorige gouden eeuw moest Amsterdam nog houten schepen naar de andere kant van de wereld sturen.

Als de opvarenden onderweg op zee niet ten prooi vielen aan scheurbuik, storm of vijandelijke kanonnen, bleek de bevolking ter plaatse ons enthousiasme over onze plannen lang niet altijd te delen.

Nu stappen in de hele wereld mensen goedgemutst op het vliegtuig om hun goedgevulde portemonnees naar ons te brengen, in ruil voor een blik op de rijkdommen en cultuurschatten die wij met behulp van de koloniale inspanningen eeuwen geleden wisten op te bouwen.

Ook het risico van darmklachten ligt ditmaal helemaal bij de toerist die de verkeerde eetgelegenheid heeft uitgekozen.

Grote vraag is wat Amsterdam uiteindelijk zal overhouden aan deze nieuwe periode van bloei. Afgezien van heel veel klinkende munt, bedoel ik.

Zouden Rembrandt van Rijn, Jacob Olie en Ramses Shaffy, om maar een paar beroemde bewaarders van de Amsterdamse ziel te noemen, nog inspiratie vinden in een stad die zijn rust, charme en mysterie heeft uitgeleverd aan het massatoerisme?

Of zouden zij haastig de plaat poetsen, terwijl het orkest uptempo doorspeelt en de stem van de omroeper door de overvolle straten schalt: "Ladies and gentlemen, Rembrandt, Jacob, Ramses and Elvis have left the building! Maar geen nood: de mokken en onderzetters met hun afbeelding zijn op elke hoek te koop!"

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool. Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden