Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Brief aan Anne Frank, die negentig en springlevend had moeten zijn

Plus Theodor Holman

Lieve Anne,

Je zou woensdag negentig zijn geworden. In mijn naaste omgeving ken ik twee mensen die ook negentig zijn. Twee tantes. Ze zijn zeer helder van geest. Ze begrijpen dat het ieder moment afgelopen kan zijn, maar toch spellen ze dagelijks de krant, en over het wereldgebeuren winden ze zich nog op.

Ouderdom hoeft een strijdbare mentaliteit niet aan te tasten; mijn tantes beseffen dat kritiek, ondanks hun beperkte fysieke daadkracht, nooit nutteloos is. Het kan leiden tot een woord, een zin, een gedachte die anderen misschien inzicht verschaft, moed geeft en in beweging zet.

Jij bent in zekere zin ook zo’n tante voor mij geweest.

Ik kreeg jouw dagboek van mijn ouders toen ik net zou oud was als jij toen jij in het concentratiekamp Bergen-Belsen stierf, vermoedelijk aan de vlektyfus.

Het was het eerste boek dat me om verschillende redenen verpletterde. Door het lezen kreeg ik een voorbeeld, maar ik werd er ook diep droevig van, ik ging erover in gesprek met ouders en vriendjes, ik leerde ervan, ik droomde ervan, ik kon er soms niet tegen, ik moest er om lachen, en hoe ik het ook bekeek en herlas, dat dagboek werd een maatstaf.

Een maatstaf voor een moreel besef, voor een attitude.

Misschien ben ik slordig met dat morele besef en die houding omgesprongen, maar hij heeft me hoe dan ook gevormd. Wat wij door het voortdurende gesprek erover, door de bezoeken aan het Achterhuis en het dagboek zelf leerden, was om kritiek nooit te schuwen, om eveneens kritisch te zijn over de kritiek, om je altijd uit te spreken, ook al zit je er soms naast. Wat we door jou leerden, was bovenal vrijheid lief te hebben.

Ik besef terdege dat deze brief die ik nu aan je richt, gezien kan worden als een sentimentele poging tot het schrijven van een column. Je bent immers dood en zult hem niet ­lezen. Dat zou ik jammer vinden. Kwade wil is mij ook niet vreemd en een treiterkop komt ook wat etensresten toe. Maar de reden dat ik je schrijf, betreft mijn verbazing dat een meisje, net geen kind meer, al bijna tachtig jaar dood is en nog steeds mijn wijze van tegen de zaken aankijken heeft beïnvloed.

Ik zie je tussen die tantes ­zitten – daar had je gehoord. Pratend, over je boeken, ­columns, lezingen.

Theodor Holman(1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archiefReageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden