Plus Column

Brand op de achtste verdieping van het dorp

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

We waren net in de Meervaart geweest, bij een voorstelling van Nasrdin Dchar, toen we midden op het kruispunt ineens sirenes hoorden. Hard, schel en in echo.

Auto's remden, fietsers stopten en ook wij bevroren voor het groene licht. Een brandweerwagen scheurde de hoek om. Het gevaarte was zo groot en ging zo snel dat de chauffeur een stoepje meenam. Vlak daarachter nog een wagen. Een zucht en toen nog één.

Dus wij erachteraan (ja, je bent verslaggever of niet), de Nicolaas Anslijnstraat in, waar de drie brandweerwagens achter elkaar tot stilstand kwamen. Precies voor de ingang van de gigantische flat. En als ik gigantisch zeg, dan overdrijf ik niet: het flatgebouw in de Nicolaas Anslijnstraat beslaat de hele straat.

In zo'n flat past een heel dorp; het ís een heel dorp. En wat bleek: het ­hele dorp was naar buiten gekomen. De bewoners stonden op hun pantoffels buiten, op de galerijen. Kalm, dat wel. Er was ook geen rook of vuur te zien.

Een paar brandweerlieden die - helm op, zuurstoftank om - uit de wagen waren geklommen, namen de lift. Een handvol collega's bleef op de grond en ging wijdbeens voor het gebouw staan. Ze tuurden naar boven en scanden de deuren.

Helemaal boven, op de achtste verdieping, stond een vrouw kalm te zwaaien. Geen paniek, niets, alsof ze gewoon even gedag wilde zeggen tegen de heren in uniform. Maakt ze ook een keer iets mee op vrijdagavond. Niemand zwaaide terug.

Toen riep een brandweerman ineens: "Gooi maar omhoog!"

Op de rug van een van de rode wagens kwam een kraan in beweging. Hij ontvouwde zich in de lucht en strekte zich langzaam uit tot de verdieping van de zwaaiende mevrouw - een beetje zoals de kraan in Pluk van de Petteflet.

Een vrouw met dikke lagen mascara en geblondeerd haar kwam aangelopen.

"Meneer, mag ik naar binnen? Ik woon hier," zei ze tegen een van de brandweermannen.

"Voorlopig niet, mevrouw."

"Maar mijn dieren zitten binnen," zei ze.

"Tot we meer weten, kan er niemand naar binnen, mevrouw."

"Wat is er dan aan de hand?" vroeg ik.

"Brandmelding," zei de brandweerman.

"Woon jij ook hier?" zei de vrouw.

"Nee," zei ik beschaamd. "Ik kwam alleen even kijken."

Niemand zei iets. Even later kwam het signaal dat er geen brand was, loos alarm. De kraan ging weer naar beneden, net zo langzaam als op de weg omhoog.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden