PlusColumn

Boy Edgar was een lichtpuntje in de volledige duisternis

Patrick Meershoek
Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort
Patrick MeershoekBeeld Maarten Steenvoort

Over Boy Edgar doen in de Bijlmer veel mooie verhalen de ronde, en vrijwel zonder uitzondering getuigen die van een kleurrijk karakter, dat met groot improvisatievermogen zijn huisartsenpraktijk wist te combineren met zijn drukke besognes als bandleider.

Mijn favoriete anekdote verhaalt hoe dokter Edgar na weer een veel te korte nacht 's ochtend aankwam bij zijn praktijk in de flat Hoogoord, waar een rij hoestende en snotterende patiënten op hem stond te wachten.

Edgar wees de achterste in de rij aan en nodigde deze tot algehele verwondering uit om mee te komen naar de spreek­kamer. Zo begreep iedereen dat het weinig zin had om zich in alle vroegte bij de praktijk te melden.

In een zijkamertje had hij een piano staan. Als Edgar een patiënt met vage klachten aan zijn bureau kreeg, kreeg deze het advies bij wijze van creatieve therapie even een stukje piano te spelen.

Het was de Bijlmer natuurlijk, en ook nog eens in de jaren zeventig: iedereen was zoekende.

Een heel andere kant van Edgars persoonlijkheid kwam drie jaar geleden aan het licht met het verschijnen van zijn biografie. Dat hij in de oorlogsjaren samen met zijn echtgenote Mimosa met gevaar voor eigen leven Joden had geholpen uit handen van de bezetter te blijven, was tot dan toe slechts in zeer kleine kring bekend geweest.

Het boek zette een proces in werking dat resulteerde in een bijeenkomst in de grote zaal van de Liberale Joodse Gemeente in Zuid, waar Edgar dinsdagmiddag postuum de onderscheiding Yad Vashem kreeg toegekend, een bijzonder eerbetoon voor niet-Joden die Joden de helpende hand hebben toegestoken tijdens de Holocaust.

Een zeldzaam eerbetoon helaas. Rabbijn Menno ten Brink wond er geen doekjes om en vertelde over de hulp die de Duitsers van Nederlanders kregen bij de jacht op Joden.

Van Nederlanders in uniform, maar ook van gewone burgers die voor een paar gulden ondergedoken Joden erbij lapten. Moedige mensen als Boy Edgar, sprak de rabbijn, waren lichtpuntjes geweest in de volledige duisternis.

Dat gold ook voor het echtpaar Beelen, gelovige boeren uit de buurt van Nijmegen die zich over de zesjarige Marion Kaufmann hadden ontfermd toen zij niet langer bij Boy en Mimosa in Amsterdam kon blijven.

Twee weken eerder was een 16-jarige zoon van de Beelens overleden, maar zij aarzelden geen moment toen de dokter weer het erf kwam oplopen, nu met een kind aan zijn hand.

Wat moet je zeggen? Andere kinderen die Boy naar onderduikadressen in Gelderland had gebracht, kwamen alsnog om in de gaskamer. Maar de dochter van Marion, overgekomen uit de Verenigde Staten, kon dinsdag in Amsterdam lachend op de foto met de kinderen van Edgar en de kleinkinderen van Joannes en Catharina Beelen.

Het blijft na al die tijd nog steeds onvoorstelbaar dat er mensen zijn geweest die dat hadden willen verhinderen.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden