Plus Column

Boven de stad wordt het langzaam licht

Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

Nu is het stil. Als ik mijn hand van de balkondeur af zou halen, niet meer. Dan tikt het. De wind die om het huis waait, liet de deur heen en weer gaan. Een beetje speling. Een bijna regelmatige tik. Ik was naar het balkon gelopen om te kijken of ik er iets aan kon doen. Of de deur wel goed dicht zat. De deur zat dicht. Met een beetje speling.

Boven de stad wordt het langzaam licht. Ik kijk naar de wolken. Vaak zie ik hier 's ochtends vliegtuigen boven de daken, op weg naar Schiphol, de landingslichten al aan. Achter elkaar in een rijtje. Soms zijn het er wel drie tegelijk. Ik kijk toe hoe ze langzaam dichterbij komen en even verzin ik lange reizen, verre bestemmingen, avontuur. Dan zie ik het dalen van de vliegtuigen en loop ik in mijn hoofd mijn straat alweer in. Landing, thuis.

Deze ochtend zie ik geen vliegtuigen. Misschien vliegen ze ergens anders nu. Over de stad. Dat hoor ik vaak: als het hard waait, vliegen ze over de stad. Alsof deze daken de stad niet zijn.

Ik haal mijn hand van de balkondeur. Meteen begint het tikken weer. Ik probeer het met mijn wijsvinger. Ik duw vlak bij de klink. Het is weer stil. Dan wissel ik. Mijn duim maakt het ook stil. Met mijn pink lukt het net zo goed. Het is maar een beetje speling.

Ik denk aan vannacht. Aan hoe we alle vier wakker waren geworden. Tegelijkertijd. Het had zo hard gewaaid, de regen had zo hard tegen de ramen geslagen, dat de slaap zich aan de kant had laten blazen. Vier paar open ogen in vier bedden. Vier onderbroken dromen. In het donker.

Ik was uit bed gestapt en had een rondje door het huis gelopen. Ik had gekeken waar het gierde. Waar het tegen de ramen sloeg. Wat het wakker had gemaakt. In de binnentuin zag ik de bomen heen en weer gaan. Daarachter ging een licht aan. Een vrouw verscheen. Ze droeg iets wits.

Ik zag regendruppels, bewegende takken en een vrouw in het wit die haar hand tegen haar balkondeur hield. Misschien was het haar met haar pink ook gelukt.

Ik keek naar haar en zij keek naar de lucht. Alsof ze zocht naar landingslichten.

Het was snel stiller geworden. De regen was opgehouden, de wind zorgde alleen nog maar voor getik. Ik was weer naar bed gegaan.

Ik kijk naar de balkondeur. Even duw ik er met vijf vingers tegenaan. Dan laat ik los en is er weer het geluid van de wind. Het geluid van een beetje speling. Over de stad.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden