Opinie

'Bouwwoede is juist een zegen voor de stad'

Overal bouwkranen in de stad. Maar van irrationele bouwdrift is geen sprake, betogen Joris van Osselaer en Bart Vink.

Woonblok Villa Mokum van architectenbureau Kampman in het Amstelkwartier, winnaar van de Amsterdamse Nieuwbouwprijs 2016Beeld Floris Lok

Amsterdam bouwt volop. Overal in de stad zie je bouwkranen. Vorig jaar hebben we meer dan achtduizend woningen in aanbouw genomen, waarvan 1368 in het middeldure huursegment. Daar is D66 heel blij mee. De bouw van meer woningen, en dan vooral van meer betaalbare woningen, is een van de absolute prioriteiten voor D66.

In deze krant wordt nieuws over bouwprojecten tot onze verbazing vaak begeleid door een kopje 'bouwwoede'. Het artikel over 'de bouwwoede in het Amstelkwartier' van afgelopen week was daarop geen uitzondering. Alsof er sprake is van een irrationele drift. Daardoor voelen we ons uitgedaagd om te motiveren waarom we zo veel willen bouwen.

Meepraten? Dat kan onder dit artikel.

De meest basale reden is dat heel veel mensen een eigen plek zoeken in Amsterdam. Vooral het aantal betaalbare woningen voor middeninkomens schiet drastisch tekort. Je ziet steeds meer jonge Amsterdammers nog samen met hun partner inwonen bij hun ouders, of noodgedwongen met huisgenoten wonen met de wieg in de keuken. Ze willen niets liever dan een eigen plek.

Nieuw talent
Ook mensen van buiten de stad willen graag in Amsterdam wonen. Mensen uit binnen- en ­buitenland. Woningen bijbouwen zorgt er ­simpelweg voor dat we meer mensen een plek kunnen bieden.

Dat is dus fijn voor (toekomstige) Amsterdammers, maar ook goed voor de stad als geheel. Een stad die ruimte biedt aan nieuw talent is een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven. Dat zorgt voor meer banen. Niet alleen voor de nieuwkomers, maar ook voor de mensen die al in de stad wonen.

Tot slot zorgt bouwen in de stad ervoor dat de filedruk naar de stad niet onnodig verder toeneemt. In de jaren tachtig en negentig zijn veel Amsterdammers bij gebrek aan woonruimte naar Almere, Hoofddorp en Purmerend vertrokken. Maar de meeste banen zijn in Amsterdam, en die mensen staan dagelijks in de file naar de stad.

Forse investering
Er is al een forse investering in regionaal openbaar vervoer nodig om Amsterdam bereikbaar te houden. Om die opgave niet nodeloos te vergroten moeten we zorgen dat we bouwen dicht bij waar de banen zijn. We zien liever dat mensen fietsen naar het werk dan dat ze de ­auto pakken.

Joris van Osselaer: raadslid van D66, woordvoerder Bouwen, Ruimtelijke ordening en Grondzaken.Beeld Rink Hof

We willen dus een compacte stad, een stad waarin je overal op de fiets naartoe kunt. En ook een stad die net zoals nu omringd blijft door groen. Als we dat combineren met de wens om fors meer mensen een plek te bieden, zijn de opties beperkt.

"Dan moet je omhoog," zoals burgemeester Van der Laan ooit zei in het Financieele Dagblad. Ook D66 is voor zorgvuldig ingepaste hoogbouw, de historische binnenstad uiteraard respecterend.

Afvalbakken
Heeft zo'n compacte stad met meer mensen op een vierkante kilometer alleen maar voordelen? Nee. We moeten als gemeente specifieke actie ondernemen om de stad aangenaam te houden.

Ten eerste stelt een hogere dichtheid eisen aan vuilophaal en beheer van de openbare ruimte. Daar is het college mee bezig: er worden miljoenen extra uitgetrokken om de stad schoon te houden, het vuilnis efficiënter en ­beter op te halen, er komen extra veegteams en duizenden nieuwe afvalbakken.

Meer drukte
Ten tweede zorgen meer Amsterdammers ook voor meer drukte in het verkeer. Drukke fietspaden, overvolle trams, wegen die dichtslibben.
Als we de stad bereikbaar willen houden vraagt dat om duidelijke keuzes.

Meer ruimte maken voor fietsers en voetgangers bijvoorbeeld. Daarnaast fors investeren in goed openbaar vervoer, met trajecten die aansluiten bij de behoeften van Amsterdammers, zodat ze de ­auto steeds minder nodig hebben.

Tot slot moeten we zorgen voor voldoende parken en ander openbaar groen waarin Amsterdammers ook in de stad de rust kunnen ­opzoeken.

Alle Amsterdammers die zelf ooit hun plek hebben gevonden weten hoe fijn het is als je hier eenmaal woont. Bouwen is de enige manier om zo veel mogelijk mensen een plek te ­geven en de druk op de woningmarkt te verlichten. Als we alert zijn op de nadelen en die zo veel mogelijk proberen te ondervangen is de ­zogenoemde 'bouwwoede' dus een zegen voor onze stad.

Bart Vink: raadslid van D66, voorzitter van de commissie Bouwen en WonenBeeld Rink Hof
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden