Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Bolletje is dom, wat wel zo handig is

PlusRoos Schlikker

‘Mag ik alsjeblieft voor? Het is een noodgeval.” Een vrouw van een jaar of zeventig komt aangedribbeld bij de dierenarts. Ze trekt zo’n boodschappentas op wieltjes voort waaruit de snuit steekt van een enorme bouvier. “Dit is Lobbes. Vanmorgen was ie prima, maar ineens: bam. Omgevallen!”

Het beest kijkt me sloom aan. De onweersvoorspellende drukkende warmte duwt zijn oogleden of standje half open. Het cliché dat baasjes op hun hond lijken, gaat hier niet op. De vrouw heeft een spits vogelgezicht met een neus als een gekromd snaveltje. Lobbes’ logge kop is twee keer zo breed. Zijn hangwangen schudden lichtjes. “Hij mag niet doodgaan,” piept het vogeltje.

“Ga maar,” knik ik. Naast me klinkt gemauw. Met twee kinderen, vier katten en een hond is er bij ons altijd wel iemand aan het sukkelen. Dit keer betreft dat ons domste poezenbeest. Als ze anderhalf uur peinzend naar een witte muur staart, vermoedt mijn echtgenoot een hoge mate van diepzinnigheid, maar ik weet beter. In de peilloze diepte van Bolletjes hersenpan gebeurt niets. Overigens vind ik dat een voordeel. Intelligentie wordt bij dieren zwaar overschat – ze hoeven immers niet mee te doen aan De Slimste Mens – dom en meegaand is wel zo handig.

Hoewel er grenzen zijn. Opeens had Bolletje een open plek. Bezeten likte ze eraan, wat de wond alleen maar verergerde. De dierenarts kwam tot een absurde conclusie. Bol had enkele vachtbewoners gehad en nu keerde haar vel zich tegen haar en bleef jeuken. Kortom: Bolletje bleek allergisch voor vlooien. Dat klinkt even mal als een kapper die niet tegen haar kan. Maar zo zijn er veel onhandige overgevoeligheden, ontdekte ik toen ik mijn beklag twitterde. Iemand kende een konijn met hooikoorts. Een bakker die niet tegen meel kon meldde zich. Er bleek zelfs een poes die allergisch was voor zijn eigen tanden.

Inmiddels zijn wij weken bezig Bolletje op te kalefateren. Een tijd droeg ze een kraag waar ze zich op miraculeuze wijze uit wurmde. Op het hoogtepunt van onze misère kocht mijn echtgenoot een rompertje om het open vlees te bedekken. Even later lag het pakje op de grond. Ernaast zat Bolletje. Vrolijk te likken. Sindsdien heet ze Houdini.

Ach, de mens is voortdurend druk natuurlijke ongerijmdheden te bedwingen. De onvermijdelijkste is uiteraard de dood. Het vogeltje ploft naast me neer. “Ik kan hem niet missen,” piept ze. “Lobbes was van Elly. Mijn zuster. Toen zij stierf, nam ik ’m. Ik woon op driehoog en til hem elke dag naar boven.”

Ik zie het voor me. Het magere vrouwtje, slepend met die logge Lobbes. “Is dat niet zwaar?” Ze schokschoudert. “Het is veel zwaarder als je met lege handen omhoog moet.”

We staren naar de witte muur. Dan komt de dierenarts. “En?” De dokter glimlacht. “Ik heb hem een opkalefaterprik gegeven. Die gaat wel weer even mee.”

Even later stuitert Lobbes schuddend in zijn boodschappentas achter het vogeltje aan terwijl zij roept: “Zo jongen, jij blijft lekker bij me!”

Soms krijgt de onvermijdelijke ongerijmdheid nog even uitstel.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden