Column

Boer Zoekt Vrouw is een ode aan de verlegenheid

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Mijn vrienden en ik hebben vorige week een speciale chatgroep aangemaakt waarin we uitgebreid over Boer Zoekt Vrouw kunnen chatten.

En niet omdat we die boeren willen uitlachen, nee, we willen in een afgeschermde omgeving kunnen praten over hoe afschuwelijk ­jaloers we op die boeren zijn. Die boeren mogen namelijk nog verlegen en onzeker zijn.

Het best bekeken ­programma van Nederland is geen ode aan de liefde, het is een ode aan de verlegenheid. De boeren mogen volslagen wereldvreemd zijn. Sterker nog, die gasten dragen hun wereldvreemdheid als een koninklijke ­onderscheiding.

Ik dagdroom steeds vaker over een eigen boerderij die in een wereld staat waarin ik de liefde nog niet heb ­weten te vinden. Het is een boerderij met van die grote donkergroene deuren en naast de deuren staat een picknicktafel waaraan ik nog nooit heb gezeten. In de verte liggen de koeien van de buurman in het gras. ­

Diezelfde buurman komt elke ochtend langs om een kopje koffie te drinken. Hij neemt altijd zijn eigen mok mee. Op de mok staat een foto van een jonge Frank Rijkaard. De buurman is, net als ik, een man van weinig woorden.

We communiceren door middel van grommen. Stilte is ja, grommen is nee. Naast mijn toilet hangt een tegel en op die tegel staat: 'Kop dicht! Praten is voor mensen die niet kunnen voelen'.

Ik sta elke dag om vijf uur op.

En ik slaap altijd naakt. Dat scheelt wasmiddel.

In de ochtend loop ik naakt naar buiten en ga in één van mijn acht sloten staan. Vanuit die sloot kijk ik dan naar mijn land. Mijn eindeloze land. Heel in de verte staat nog wel een kerkje. De kerk is net zo groot als een afgebroken fietssleutel.

Vroeger ging ik elke zondag met mijn vader en moeder naar die kerk. In de houten bankjes bad ik dat ik ooit boer zou worden. Mijn vader wilde dat ik militair zou worden, dat ik zou sterven voor mijn land. En mijn moeder wilde, als mijn vader in de buurt was, wat mijn vader wilde. Mijn vader was altijd in de buurt. Ook na zijn dood.

Naast de ingang van mijn boerderij staat een brievenbus. In de brievenbus wonen twee hooiwagens. Als ik kijk naar hoe gelukkig die hooiwagens in mijn brievenbus zijn, ben ik blij dat ik nooit post krijg. Het leven draait niet alleen om mij.

Op het hondenhok ligt een kat te slapen. Naast het hondenhok staat een tractor. De voorwielen van de tractor zijn kleiner dan de achterwielen. Dat zoek ik ­eigenlijk ook in een vrouw. Ik zoek iemand die de grote wielen wil zijn.

Laat mij maar lekker de kleine wielen zijn. Want ik zoek helemaal niet naar gelijkheid, nee, ik zoek naar iemand die op haar gemak is in de aanwezigheid van mijn zelfgekozen nietigheid. Ik hoef niet de hoofdrolspeler te spelen in mijn eigen leven. Mijn favoriete eten is een speklapje.

Ik zoek dus geen vrouw die me compleet maakt, ik zoek een vrouw die soms naakt naast me komt staan in die sloot, haar arm om me heen slaat en zegt dat ik een boer ben.

Raak me maar aan. Soms. En schrik niet van mijn schrikdraad. Als je naar een speld in een hooiberg zoekt, ben je aan het verkeerde adres, maar als je ­gewoon naar een hooiberg zoekt, zoek je wellicht naar mij.

Met verlegen groet,
Boer James

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden