null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Bloem is gelukkig uit de discussie verdwenen en wil op Koos zitten

PlusTheodor Holman

Ik laat met Bloem en Koning Koosje uit, op wie zij een dagje hebben gepast. “Was Koosje lief?” vraag ik.

“Hij is dom,” zegt Bloem.

“Nee, hij is een hond,” zegt Koning.

De kinderen beginnen elkaar vervolgens meteen te pesten en zo hoort het ook.

Dan vraagt Koning opeens: “Je was bij een crematie hè?”

Onmiddellijk weet ik dat ik hierover niet moet praten. Ik wil het niet en ik weet dat hij zich enge zaken aantrekt. Een paar maanden geleden vertelde ik aan mijn dochter via de telefoon dat ik in het Vondelpark een dode man had zien liggen. Een anekdote van niks, maar ik had toch een beetje een buurtnieuwtje. Ik besefte niet dat haar telefoon versterkt was en Koning mijn uitgebreide beschrijving van het lijk had gehoord. Gevolg: een week niet slapen en niet naar het Vondelpark ­willen.

Dus ik wil niks over de crematie vertellen.

“Ja, daar was ik. Kijk nou eens wat Koosje doet? Zie je dat? Hij pist tegen die boom en pist dan nog een keer over zijn eigen pis.”

De afleidingsmanoeuvre is te doorzichtig.

“Verbranden ze dan mensen?” vraagt Koning.

Bloem is ook opeens geïnteresseerd. Hierover wil ik helemaal niet met beiden praten, maar hoe los ik dit op? Ik probeer grapjes te bedenken, maar ik weet niks.

“Crematie begint met een c. Weten jullie nog meer woorden met een c?”

Ondertussen probeer ik zelf woorden met een c te bedenken, maar ik weet er niet één! Met moeite kom ik op ‘cyclisch’, en met nog meer moeite op ‘chic’ en ‘chicanes’, maar dat zijn geen kinderwoorden.

“Zee,” zegt Bloem, “en zusje.” Ik wil het goed rekenen, maar Koning keurt het meteen af.

“Dat is een z, opa vroeg naar woorden met een c.”

“Ja,” zegt opa, “sommige woorden schrijf je met een c, maar spreek je uit alsof het een k is. Het ezelsbruggetje is: c voor o, voor u voor a, spreekt men uit als een k.”

“Maar crematorium is met een c en dan een r, dus moet je eigenlijk srematorium zeggen.”

Hij is slim.

Bloem is gelukkig uit de discussie verdwenen en wil op Koos zitten.

Koning vindt het gelul over die letters.

“Waarom verbranden ze mensen, opa?”

De fantasie is al in het rood. Nachtmerrieland wordt vanavond weer bezocht.

“Het is eigenlijk heel mooi…” begin ik mijn uitleg.

Schijnheiligheid is soms noodzakelijk...

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden