Column

Blikken kunnen niet doden, maar ze kunnen wel degelijk aanranden

James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Op de steiger fluiten de schilders mee met de liedjes die hun tienerdochters luisteren als ze boos zijn en hun slaapkamerdeuren hebben gebarricadeerd met meubels en schoolboeken.

Dan tikt een van de twaalf schilders met zijn kwast tegen een verticale steigerpijp. Alle schilders stoppen met werken en kijken naar beneden. Er loopt een vrouw langs het klimwerktuig.

"Kijk haar dan, ze draagt minder dan niets," schreeuwt schilder nummer 7.

De schilders staren naar haar. Ze kijken hun ogen en haar kleding uit. Blikken kunnen misschien niet ­doden, maar ze kunnen wel degelijk aanranden. Schilder nummer 3 maakt wolfgeluiden.

"Jullie zijn echt walgelijk," schreeuwt schilder nummer 12 als de vrouw uit beeld is gelopen.

"O, daar heb je hem weer," lacht de opperschilder, "moet je weer voor de vrouwtjes opkomen?"

Schilder nummer 12 is er helemaal klaar mee. Het ­opkomen voor vrouwen is een gepasseerd station. De slachtoffers moeten niet meer verdedigd worden, nee, de aanvallers moeten aangevallen worden. De mannen.

De leraar die te lang naar de borsten van een leerling kijkt, de oom bij wie je nichtje nog altijd op schoot moet komen zitten en de barman die gratis drankjes aan meisjes blijft geven in de hoop dat de meisjes aan het eind van de avond ­denken dat ze hem iets verschuldigd zijn.

We moeten stoppen met het beschermen van vrouwen en we moeten de vervloekte mannelijkheid gaan bestormen, denkt schilder nummer 12. De man moet kapot. De man moet opengesneden worden en er moet naar een resetknopje gezocht worden.

Maar ja, wat ­gebeurt er als we en masse op dat knopje drukken? En zijn onze fabrieksinstellingen echt beter dan de instellingen die we nu hebben? Is er überhaupt wel een verschil? Zijn dit misschien al onze fabrieksinstellingen?

Een paar weken geleden las schilder nummer 12 een interview met een vooraanstaand professor op het ­internet. Een zin is blijven hangen. 'Hoe lang ik als man ook studeer en hoeveel boeken ik ook lees, het eerste wat ik denk als ik een vrouw zie is: zou ik haar kunnen veroveren.'

De professor werd zo verdrietig van die ­gedachte. Hij werd zo verdrietig van het feit dat hij zijn aangeboren simpelheid niet weg kon studeren.

Er wordt weer op een steigerpijp getikt, alle schilders, behalve schilder nummer 12, kijken naar beneden. Er loopt een meisje over straat. Ouder dan zeventien kan ze niet zijn.

"Ze had jullie dochter kunnen zijn," schreeuwt schilder nummer 12. En dan breekt de hel los.

"Begin niet over dochters," roepen de schilders in koor.

"Mijn dochter is mijn prinsesje," zegt schilder nummer 5.

"Slechte mannen willen altijd zo graag een goede vader zijn, goede mannen zijn het gewoon," zegt schilder nummer 12, voordat hij schilder nummer 5 knock-out slaat met de achterkant van een plamuurmes.

"Wat doe jij nou?" vraagt de opperschilder.

"Als we echt zoveel van vrouwen houden als we zeggen, moeten we met onszelf afrekenen. Ingrijpen wanneer we moeten ingrijpen. Niet omdat we voor vrouwen willen opkomen of de ridder uit willen hangen, nee, als je de ridder uit wil hangen, moet je eerst de draak doden en de draak zit in ons allemaal. En als die draak dood is, zijn er geen ridders meer nodig. Als die draak dood is, zijn alle koninginnen en prinsessen veilig."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden