Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Blijkbaar kennen emoties een grens – als je die oversteekt, raak je blind, doof, verlamd

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Op CNN zag ik eergisteravond iets dat zo schrijnde dat ik er niet naar kon kijken. Een jongetje van vijf. Slachtoffer van een Russisch bombardement. Hij lag in een Oekraïens ziekenhuisbed. Uit zijn lichaam staken vele infusen en eromheen zat strak verband. Hij kon zich moeilijk bewegen. Het enige wat je hem hoorde zeggen was: ‘Waar is papa? Waar is papa? Ik wil naar papa! Papa! Ik wil naar papa!’

Het ging maar door: ‘Papa? Papa! Ik wil naar papa! Papa, waar ben je? Papa!’ Op het laatst kwam een zuster die hem enigszins tevergeefs geruststelde. De presentator zei dat zijn vader op een andere verdieping lag.

Vervolgens was de reportage afgelopen en kwam een advertentie waar een wat schurftige man kwam uitleggen hoe mooi een bepaald horloge was dat anderhalve ton (!) kostte. Het was ook inderdaad een heel mooi horloge, maar ik zat met dat kereltje in mijn kop.

Natuurlijk, het toonde hoe wreed een oorlog kan zijn. Maar wist ik dat al niet? Of je nu kijkt naar een gewonde of stervende rat of mens, zoiets doet onmiddellijk een appèl op de weerzinwekkendste gevoelens: afschuw, walging, haat, onmacht. Je kunt je handen wel naar de televisie uitsteken, maar niemand pakt ze beet. We kunnen geld inzamelen voor dat kind, maar je weet dat er zo nog duizenden kinderen zijn.

Natuurlijk was ik zo kwaad geworden dat ik best in actie wilde komen. Maar hoe en tegen wie? Nog meer geld overmaken naar 555? En dan? Morgen komen er weer andere beelden die dezelfde invloed op me hebben. Dan zie ik een broodmagere hond die naar een nog net niet ontplofte granaat loopt omdat hij denkt dat het een bot is. Of ik zie een kring van dode kinderen en moeders die net niet voor de dood konden wegvluchten.

‘Papa? Papa! Waar is papa? Ik wil naar papa toe...’

Verdriet en haat (vooral die haat) zijn gevoelens waarvoor ik me geneer. Ze maken de mens niet fraaier. Ze concluderen het zinloze, want wat is er na hopeloosheid? Verdriet omdat je niets meer kunt veranderen en haat omdat alleen dát je nog kan inspireren tot actie. Maar dat is onmogelijk vanaf m’n bank. Dit soort reportages vermorzelen mijn gevoeligheid. Blijkbaar kennen emoties een grens. Als je die oversteekt, raak je blind, doof, verlamd. Dat wil je ook. Ik wil dat kereltje nooit meer zien en zeker nooit meer horen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden