Jessica Kuitenbrouwer.Beeld Artur Krynicki

‘Blijf met je vieze viruspoten van mijn schermpje!’

PlusJessica Kuitenbrouwer

“Ik sta even uit zodat jij de ruimte hebt,” zegt de loopband.

“Ik vind het wel prettig om stil te staan, neem de trap!” zegt de lift.

“Ik ben even niet beschikbaar, maar je bent van harte welkom in de rest van ons etablissement,” zegt de wc.

“Zie jij mij? Dan loop je tegen de richting in!” zegt de smiley aan de muur.

“Ik kan maar één persoon tegelijk aan,” zegt de deur naar de garage.

“Wacht op mij!” zegt het graffitihartje op de grond. Wacht op mij….? O! Wacht OP mij! Verdomd, ze liggen inderdaad anderhalve meter uit elkaar…

Met de reanimatie van de Amsterdamse drukte zijn allerlei onbezielde dingen óók opeens tot leven gekomen. Overal worden straten, muren, deuren en apparaten woorden in de mond gelegd. Amsterdam probeert zijn bewoners en bezoekers naar een coronavrije wereld te nudgen door in te spelen op ons vermogen ons in objecten te verplaatsen. Aanplakbiljetten vermelden niet gewoon duidelijk de coronaregels en -etiquette, maar laten in plaats daarvan de infrastructuur continu instructies en semiverontwaardigde correcties uitspreken in de eerste persoon enkelvoud.

Op dezelfde toon die je roddelende achtertante graag gebruikt, of je bedrijfsleider die een positief-is-effectief-communicerencursus heeft gedaan, bemoeit heel Amsterdam zich met je.

Iets wat bij veel bewoners en bezoekers toch een zekere weerspannigheid opwekt. Want laten we wel wezen – hoe irritant is het als zelfs de levenloze crosstrainer op je vingers staat te kijken?

Zeker voor fantasievolle types, zoals ik, die zijn opgegroeid met het pratende servies in Belle en het Beest, is de sprekende infrastructuur eerder afleidend dan stimulerend, en is dit gebruik van de eerste persoon enkelvoud vrij ongemakkelijk.

“Blijf met je vieze viruspoten van mijn schermpje! Je ziet toch dat ik keihard bezig ben met volksgezondheidsmanagement?!” hoort iemand als ik de loopband roepen als zij toch per ongeluk haar handdoekje over hem drapeert.

“Het is niet erg, hoor, dat je van mij gebruik wilde maken, ondanks dat ik op non-actief sta en je dat zelf ook wel had kunnen voorzien of bedenken,” dweept de wc als iemand als ik per ongeluk naar de deurklink reik.

“Ik ben sinds dit hele crisisgebeuren compleet overprikkeld en kan jou er echt niet bij hebben,” horen we de garagedeur jammeren.

“Hé luilak! Neem gewoon de trap!” blaft de kantoorlift die we naar de redactievloer nemen, tegen ons.

Iemand als ik staat zo, ondanks het oogrollen, de hele dag te praten tegen liften die haar toch niet horen.

“Ik weet niet waar het trappenhuis is, oké?! Ik ben maar een freelancer!”

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden