Om de wereld

Blij met de zege van een dictator

In de rubriek 'om de wereld in 800 woorden' één kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Door Max Pam en Paul Brill. Deze week: Turkse toestanden.

Turkse president ErdoganBeeld anp

Pam

Een paar jaar geleden raakte ik op een reis door Florida in gesprek met een zwarte Amerikaan. Hij was well to do en ontpopte zich tot een conservatieve Republikein, zo eentje van wie Nederlanders zich moeilijk kunnen voorstellen dat hij bestaat. Na een tijdje vertelde hij dat zijn huis stond in een gated community, een bewaakte compound die in zijn geval vooral werd bewoond door zwarte, rijke gepensioneerden.

Met racisme had dat niets te maken, zei hij, wij voelen ons allemaal Amerikaan, maar elke groep woont gewoon bij elkaar. De Chinezen in een Chinese wijk, de Indiërs, de Joden, de zwarten, iedereen heeft zijn eigen groep en zijn eigen identiteit.

Laat duizend bloemen bloeien, maar: Don't bother me, then I don't ­bother you - Val mij niet lastig, dan val ik jou niet lastig. Bondiger kun je de Amerikaanse filosofie niet samenvatten.

Ik moest aan dat gesprek denken toen ik las dat Nederlandse Turken uitbundig de verkiezingsoverwinning van Erdogan hebben gevierd. Dat Nederlandse burgers blij zijn met de zege van een dictator die nogal wat mensenrechten aan zijn laars lapt, lijkt een ontwikkeling die niet bepaald getuigt van een geslaagde integratie. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse Marokkanen die voor het Marokkaanse voetbalelftal spelen, maar die nog nooit in Marokko hebben gewoond.

Een vergelijking met de schaatser Bart Veldkamp gaat niet op. Die besloot uit opportunistische overwegingen voor België uitte komen - er was geen plaats meer in de Nederlandse ploeg - maar nadien heeft hij nooit beweerd dat België eigenlijk 'zijn land' is, zoals de Marokkaanse voetballers dat wel hebben gedaan. In Nederland is integreren het modewoord en van Amsterdam kun je alleen maar burgemeester worden als je tenminste 157 keer het woord 'verbinden' hebt gebruikt. Is dat wel terecht? Zou het niet veel verstandiger zijn al die multiculturele groepen hun eigen compound te gunnen? Laat die Arabische vrouwen in hun eigen wijkje maar in boerka's rondlopen. Alles mag, zo lang anderen er maar geen last van hebben.

Gaat u dat te ver?

Als Amsterdammer, tevens bewoner van een grote stad, heb ik een enigszins getroebleerde verhouding met mijn buren. Het zijn best aardige mensen, maar ik heb weinig behoefte om mij met hen te verbinden. Ik gun ze het allerbeste, maar ik houd ze ook graag op afstand, en dat gevoel is - naar ik meen - wederzijds. Je hoeft anderen niet te haten, maar je bent ook niet verplicht van anderen te houden.

Max Pam

Brill

Het vervelende van de Turkse verkiezingsuitslag is dat er maar weinig op kan worden afgedongen. Jazeker, er is hier en daar gesjoemeld met stembiljetten, niet alle tellingen zijn betrouwbaar en de campagne heeft zich afgespeeld in wat Amnesty een 'sfeer van angst' noemde.

Veelzeggend ­cijfer: aan de kandidatuur van president Erdogan besteedde de staats­televisie 181 zenduren, tegen 15 uur voor oppositieleider Ince.

Maar de uitslag wordt niet wezenlijk betwist door de oppositie en is een vaststaand gegeven. Turkije is altijd al een overwegend conservatief land geweest en ruwweg de helft van de kiezers blijkt in deze fase een voorkeur te hebben voor een sultan 2.0, niet in de laatste plaats omdat deze zich erop kan beroemen de levensstandaard van de modale Turk aanzienlijk te hebben verhoogd.

Dit is de situatie in Turkije: een ­president die volgens de regels van de democratie aan de macht is gekomen c.q. gebleven, maar diezelfde democratie steeds meer uitholt. Zijn presidentiële bevoegdheden zijn nu aanzienlijk, het parlement heeft amper nog wat in de melk te brokkelen.

De oppositie moet opereren onder de constante dreiging te worden beticht van staatsvijandigheid en steun aan terrorisme. Rechters worden door de president benoemd. De televisie is grotendeels onderworpen aan het staatsgezag en de meeste kranten zijn in handen van Erdogan-getrouwen.

Het is ondenkbaar dat Turkije met dit staatkundige bestel - en de mate van repressie die daarop is gefundeerd - lid wordt van de Europese Unie. Nu liggen de onderhandelingen over toetreding weliswaar al enige tijd stil, maar officieel staan ze nog steeds op de agenda. Het zou voor de geloofwaardigheid van alle partijen goed zijn als achter deze charade een punt wordt gezet. Dit Turkije kan geen lid worden van de EU.

Ik hoor de tegenwerpingen al: ­Turkije vormt een hoeksteen in het westers bondgenootschap en vervult een brugfunctie naar het Midden-Oosten. Om die reden moeten we het despotisme (en de beledigingen) maar voor lief nemen.

Uiteraard is Turkije een mogendheid van betekenis, die als zodanig moet worden bejegend. Maar hoeksteen en brugfunctie zijn begrippen die van toepassing zijn op het oude Turkije. Het nieuwe Turkije van Erdogan heeft zijn eigen aspiraties in het Midden-Oosten. Het heeft zich ver verwijderd van zijn traditionele bondgenoten. En we leven in een ­andere strategische constellatie.

Hoewel Moskou nog steeds over een geduchte strijdmacht beschikt, komt het huidige Russische gevaar veeleer van hackers, trollen en bots dan van slagschepen die door de Bosporus opstomen.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden