null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Binnen een uur werd er driemaal gesmeekt of ik snel wilde sterven

PlusNico Dijkshoorn

Maandag zette ik de volgende zin op Twitter: ‘Nederland: voor een vegetarisch restaurant gaan liggen en dat beleven alsof je in China voor een tank bent gaan staan.’ Binnen een uur werd er driemaal gesmeekt of ik snel wilde sterven. Daarna werden de vervloekingen niet erger maar anders. In veel reacties op mijn tweet werd er hardop gedroomd over een nieuwe wereldorde. Ze zouden me niet vergeten als werd uitgezocht wie er fout was geweest tijdens de Grote Strijd Om Veganistisch Te Kunnen Eten.

Veel twitteraars schreven dat ik betere research moest doen. Het was geen vegetarisch restaurant, vuile lul! Daarna werden de berichten weer iets vertrouwder. Ik moest mijn hoofd uit de reet van Matthijs van Nieuwkerk trekken.

Ik wachtte tot Tanja thuiskwam.

Terwijl ze nog met haar jas aan in het halletje stond, vertelde ik wat ik nu weer allemaal had meegemaakt op Twitter. “Dat restaurant wil dus niet op een QR-code controleren en Douwe Bob gaat niet op tournee en nu willen ze allemaal opeens veganistisch eten, wat ik helemaal niet wist, dat QR-weigeraars heel graag gestoomde wortel met aanhangend kookvocht van boerin Marieke eten, maar goed, nu staan er mensen vlak voor dat restaurant en die halen geld op voor de gedupeerde eigenaar en dat is al bijna 200.000 euro, maar nu komen ze er net achter dat 90.000 daarvan naar de staat gaat en dat willen ze niet want de regering wil kinderbloed drinken van ons geld of zoiets, kijk ze stuurden me een foto van een moffenhoer die half kaal door de straten wordt gejaagd, maar wist jij dat dan, dat demonstranten heel gezond eten?”

“Waar heb je het over?” vroeg Tanja.

Dat was behoorlijk ontnuchterend.

Buiten Twitter was het leven intussen gewoon doorgegaan. Op hetzelfde moment dat ik de reeks vervloekingen en bedreigingen las, liep er een moeder met een kind langs een heel mooie sloot. “Kijk, een reiger. Let op, hij wacht op vis.”

Terwijl een demonstrant ’s ochtends een Jodenster op zijn hemd naaide en daarna aan zijn kinderen vroeg of het wel mooi recht zat, liep er ergens in Gelderland een man langs een koe. “Goedemorgen, koe.”

Nederland was, terwijl ik binnen zat en mijzelf verloor in bekvechten met oogkleppen op, óók elke ochtend het gedicht Marc groet ’s morgens de dingen van Paul van Ostaijen. Ik prevelde het begin: ‘Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem/ ploem ploem/ dag stoel naast de tafel/ dag brood op de tafel.’

lNico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden