Column

Bíjna niets zo leuk als een trots kind hebben

Thomas Acda Beeld Wolff

Mijn dochter is werkelijk prachtig geknipt. Ik zal niet zeggen waar, anders denken snoodaards weer dat ik gesponsord word door Kinki Kappers en dat is niet zo. Ik betaal gewoon keurig bij Van de Hare Barbers op het Singel en als díé mij nou eens zouden sponsoren, zou ik hen altijd meteen als tweede kapper in elke column noemen.

Er klimt een trotse prinses voor op mijn fiets die, zij het nog wat onwennig maar toch aangeboren professioneel, heur haar nonchalant filmsterachtig naar achteren slaat. Wat is ze trots. Niets zo knap als een trots kind.

Terwijl ik geniet, bíjna niets zo leuk als een trots kind hebben, ruik ik in mijn ooghoek onrust. Twee mannen in tweed, met bolhoed, die iedereen ogenschijnlijk vriendelijk groeten en intussen de rotzooi lijken op te ruimen.

Mijn filmisch geheugen kan niet kiezen. Goed of slecht. Peaky Blinders of A Clockwork Orange? Downton Abbey of The Alienist? Intussen besluit mijn vaderlijke instinct dat we in gevaar zijn. Niets zo link als een vader die denkt dat zijn kind gevaar loopt. Ik ben geen vechter, maar mijn god wat komt er een gladiator in me naar boven zodra het mijn kinderen betreft.

Herstel - ik ben een geboren vechter. Elke vezel in mijn lijf kent direct elke vechtsport en zet zich schrap voor het kortste gevecht ooit. Toen zij geboren werden, stond Spartacus op. Mijn dochter heeft net nieuw haar. Denk je nou werkelijk dat je ook maar een halve kans maakt om ons geluk te bedreigen? Nooit een film gezien?

Tering, wat sta ik strak. In een flits registreer ik dat de fiets nog op de standaard staat. Ik ken Danny en Yolan die meteen naar buiten zullen komen.

Ik ken de mensen van ijssalon Jordino. En zij ons, mag ik ­hopen, na de tien jaar sponsoring die wij erop hebben zitten. De Turkse kleermaker van ertegenover zie ik de situatie analyseren en een hand op zijn deurknop leggen. Die dandy's gaan slapen nog voor de wind mijn dochters kapsel kan kussen.

"Dag meneer. Goeiemiddag. Alles goed?"

Ja, alles goed ja. Wat moet je?

"Wij zijn de buurtgastheren, Haarlemmerstraat. Passen een beetje op, ook op de Dijk. Worden betaald door de winkeliers en als er íéts is waardoor u zich onveilig zou voelen, laat het ons weten, wordt het opgelost."

Nog eens?

"En wat een mooi haar heb jij! Goeie­middag samen."

Ze tikken beiden tegen hun bolhoed.

Wij voegen in op de weg. Buurtgastheren? En daar al argwanend van worden? Ja, dan zijn ze wel nodig, ben ik bang.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden