Natascha van Weezel.Beeld Agata Nowicka

Bij rouw horen bizarre situaties die soms opeens grappig aandoen

PlusNatascha van Weezel

Op het podium staat een vrouw. Ze houdt een telefoon in haar hand die onophoudelijk blijft trillen. Ze besluit voorlopig niet op te nemen, want ze weet dat dit telefoontje haar leven voor altijd zal veranderen. Ik ben bij de première van het toneelstuk Doet sneeuw pijn, naar het gelijknamige boek dat Carolien Spaans schreef over haar overleden man.

Saskia Temmink, de actrice die Carolien speelt in deze solovoorstelling, beweegt zich in een sober decor dat louter bestaat uit witte blokken met daarop voorwerpen die haar aan haar man doen denken: voetbaltijdschriften, een gebutste helm en het skipak dat hij droeg toen hij verongelukte.

Af en toe is het stuk confronterend, maar vaker vind ik het grappig. Op de begrafenis van haar man schakelt de actrice bijvoorbeeld razendsnel tussen hoe zij zich voelt en hoe anderen haar zien, alsof ze van een afstandje naar zichzelf kijkt. “Wat ben je ongelooflijk sterk,” zegt haar omgeving. Zij beaamt het lachend, ­terwijl ze in werkelijkheid nog net niet stikt. Ook komisch is haar bezoek aan de psycholoog. Die moedigt haar aan om kaarten te trekken uit een stapel in het kader van ‘activerende therapie’. “Opgelucht,” leest de actrice hardop voor. En: “Dankbaar.” Ze gooit de kaarten woedend door de lucht. De papiertjes zweven langs haar heen als kleine sterren.

Bij rouw horen bizarre situaties die soms opeens ­grappig aandoen. Ik denk terug aan de herdenkings­bijeenkomst voor mijn vader in Den Haag, een week na zijn dood. Op weg daarnaartoe nam mijn oom per on­geluk de verkeerde afslag, waardoor we terechtkwamen in de langste file van Nederlands – het was half april en we reden bij de Keukenhof. In blinde paniek reed hij kilometerslang recht tegen het verkeer in.

Of die keer dat ik diep in gedachten verzonken over straat liep en een man me toeschreeuwde: “Niet zo boos kijken meissie, daar word je lelijk van!” Ik wilde hem uitleggen dat mijn vader net dood was, maar het enige wat uit mijn mond kwam was: “ROT OP!”

De man schrok zo erg, dat hij zich snel uit de voeten maakte. De avond die volgde op mijn vaders begrafenis was achteraf gezien ook hilarisch. Ik dronk, geheel tegen mijn gewoonte in, zeven gin-tonics en drukte iedereen op het hart dat ik zóóó ontzettend veel van ze hield.

Zodra de voorstelling is afgelopen, volgt een staande ovatie. “Wat is dit ongelooflijk herkenbaar,” fluisteren mensen om me heen. En dat is het. Rouw voelt vaak loodzwaar, alsof het vel van je huid is getrokken en alles keihard binnenkomt. Maar op onverwachte momenten blijkt er plotseling toch eventjes ruimte voor een ­glimlach.

Natascha van Weezel(33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden