Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Bij het Olympisch Stadion moet alles voor eeuwig hetzelfde blijven

PlusNico Dijkshoorn

Ik ben een paar maanden geleden drie dagen lang een boomer geweest en daarna gleed ik moeiteloos in de volgende fase: ik werd een toener. Ik vind dat alles voorgoed moet blijven zoals het ooit was.

Ik ben iemand aan het worden die naar grote afgravingen in de stad loopt en dan aan de bouwvakkers vertelt wat ze kapot maken. Ik wijs naar een zandvlakte vol met plastic buizen en zeg: “Daar stond een klimrek. Ik viel. Ze hadden nog geen rubbertegels. Mijn moeder was lief. Ze kon heel goed soep maken. En nu komt hier een autowasserette. Jullie worden bedankt, klere­lijers.”

Nu lees ik zojuist dat naast het Olympisch ­Stadion een woonwijk met 550 huizen komt.

Ik ben daar tegen. Ik vind dat de omgeving rond het Olympisch Stadion voor eeuwig hetzelfde moet blijven, omdat ik op geen enkele andere plek zo argeloos gelukkig ben geweest. Ik herinner mij het plein en het stadion als plekken waar ik samen met mijn vader naar toeliep.

Wij woonden in Amstelveen. Mijn vader zette zijn auto ter hoogte van het VU-ziekenhuis en daarna liepen we met duizenden andere mannen naar een wedstrijd van FC Amsterdam of Ajax-Feyenoord. Zwijgend.

We kwamen aan bij het Stadionplein, waar de mooiste Febo op aarde zat. De reiger voor de deur herkende mij. Dertig jaar later zag ik daar Johan Cruijff kroketten kopen. Hij bestelde er vijf en gaf, achteloos bijna, een halve kroket aan de voor 96 procent uit frituurvet bestaande vogel. Maar dat vertel ik later nog wel eens.

De oversteek en dan het stadion. Licht gevangen door hoge muren. Ik herinner mij alles. De pissende mannen op de eerste ring, de klaterende fontein om onze voeten, de suppoosten, de kussentjes waar duizenden andere mensen op hadden zitten bilzweten, de trap naar de tribune. En dan het gras. De lampen. Het geluid.

Ander mooi licht: de kermis op het Stadionplein. Mijn vader was daar belachelijk mooi. Precies de goede nonchalante houding als hij door een helse machine door elkaar werd geslingerd. De manier waarop hij guldens uit zijn zak haalde. Die simpele, zwoegende automonteur en hoe hij opeens veranderde in iemand die alles begreep.

Mijn vader begreep het Stadionplein en het Olympisch Stadion. Het was er lelijk waardoor je zelf mooier werd. Ik heb daar een foto van. Mijn vader met een kermisgeweer in zijn hand en ik er vlak naast.

Als toener wil ik dus dat midden in die nieuwe woonwijk een schiettent komt. Dan lullen we verder nergens meer over.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden