Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Bij het eerste stoplicht sloeg de motor af

PlusMaarten Moll

‘Daar zullen we maar even voor stoppen, hè?”

Ik wilde optrekken, maar de examinator trapte hard op de rem.

Twee seconden later denderde er een vrachtwagencombinatie voorbij.

Weliswaar van links, maar het was een voorrangsweg en voor de auto grijnsde het monsterlijke gebit van een haai naar me.

We waren nog geen vijf minuten onderweg.

Vervolgens deed ik alles goed waar ik als een huis tegenop had gezien.

“Jammer van die vrachtwagen,” zei de examinator toen ik de auto bij het gebouw van het CBR had geparkeerd.

“Dank u wel,” zei ik.

Op de fiets naar huis overdacht ik de gebeurtenis. Waar ik thuis al het miniemste stofje op de vloerbedekking zag, had ik nu iets reusachtigs over het hoofd gezien. Ik moest erom lachen, ik leefde nog, ik floot een deuntje.

Vandaag wordt Oudste Dochter twintig.

Ze geeft een feestje en ik had aangeboden om haar de dag ervoor te helpen met de boodschappen. Die we gingen doen met de auto van haar moeder. Ze heeft net twee weken haar rijbewijs.

“De airbags doen het toch nog wel?” zei ik toen we in de parkeergarage in de auto zaten.

Rollende ogen naast me.

“Pas op!” riep ik toen ze de auto startte.

“Pap!”

Geconcentreerd reed ze de auto achteruit langs de betonnen pilaar, en vervolgens keurig de garage uit. Ze bleek het knorrende beest al goed onder controle te hebben.

Daags nadat ik op mijn 33ste eindelijk mijn rijbewijs had gehaald, ging ik meteen op pad om voor de krant ergens in het noorden Erben Wennemars te interviewen.

Bij het eerste stoplicht sloeg de motor van de redactieauto af. Bij het tweede en derde stoplicht ook.

Omdat ik niet durfde in te voegen duurde het eeuwig voor ik de snelweg op kon.

Onderweg reed ik een parkeerplaats op om te controleren hoe de richtingaanwijzers ook alweer werkten.

Oudste Dochter begaf zich zonder aarzeling in het verkeer. Ontspannen zat ze achter het stuur, dat ze losjes in haar handen klemde. “Niet knijpen,” hoor ik de veel te jolige, besnorde instructeur nog roepen, “het is je schoonmoeder niet.”

Toen ik in het noorden de snelweg verliet vloog ik met zestig de bocht om.

Ik maakte me vreselijke zorgen over hoe ik moest tanken.

Bij het hotel waar ik moest zijn (Hoogeveen?) had ik meerdere pogingen nodig om de auto goed in het parkeervak te manoeuvreren.

Oudste Dochter parkeerde voorbeeldig bij de supermarkt. Ik had me kunnen bedwingen nog veel meer flauwe opmerkingen te maken. Ik was heel trots op haar. (Ik heb eens met iemand in de auto gezeten die aan mijn stuur ging trekken.)

Mijn maidentrip zat erop. Nadat ik me uit de gordel had bevrijd en naast het nog warme, uitblazende ding stond te trillen, had ik geen idee hoe ik ooit nog terug in Amsterdam zou komen.

Eerst maar eens over schaatsen praten, dacht ik, en ik liep naar de ingang van het hotel.

Ik moest nog een keer terug om de auto op de handrem te zetten.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden