Om de wereld

Bij het aanschouwen van het vuur zocht men een analogie

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Door Max Pam en Paul Brill. Deze week: de brand en de feniks.

Beeld epa

Pam

De brand in de Notre-Dame was een aangrijpende gebeurtenis, die ook velen buiten Frankrijk niet onberoerd heeft gelaten. Bij het aanschouwen van het vuur zochten mensen naar een analogie: hebben wij dit eerder meegemaakt?

Het Parool kwam uit bij de brand van 1929, die in Amsterdam het Paleis voor Volksvlijt volledig in de as legde. Dit culturele hart van de stad, toen hypermodern en hypermondain, werd nimmer herbouwd. Op het Frederiksplein werd De Nederlandsche Bank neergezet, een van de lelijkste gebouwen van Nederland.

In dat overigens prima Paroolstuk miste ik evenwel één detail: de brand in het Paleis voor Volksvlijt werd ontdekt door mijn vader. Echt waar. Mijn vader Leo Pam heeft er op 18 april 1929 over geschreven in het dagblad Het Volk, een artikel dat later in verschillende bundels is opgenomen, onder meer in Reportages uit Neder­land van Geert Mak. Ook heeft mijn vader erover verteld in het radioprogramma OVT. Het behoorde bij ons thuis tot de vaste familieverhalen.

In 1929 was mijn vader journalist bij Het Volk, waarvan de redactie was gevestigd op het eind van de Prinsengracht. Hij had nachtdienst en de krant was zojuist gezakt, zoals dat heet.

Vroeg in de morgen - het was nog koud - fietste hij naar huis, maar omdat hij werd getroffen door een vreemd voorgevoel, week hij af van zijn gebruikelijke route en reed de Utrechtsedwarsstraat in. 'Wat wij op dat ogenblik te zien kregen,' schreef mijn vader, 'deed ons even het bloed in de aderen stollen.

Een vuurrode vlam steeg op uit het bovendak van het Paleiscafé en kronkelde zich rondom de grote koepel. Een knal als bij een enorme ontploffing volgde, de vlammen sloegen meters omhoog. Het Paleis voor Volksvlijt stond in brand!'

Mijn vader was een echte journalist en dit was de eerste gedachte die bij hem opkwam: 'Een ­primeur! Hij krijg ik dit in de krant?' De mobiele tele­foon bestond in 1929 nog niet en de eerste telefoon­cellen zouden pas in 1931 worden geplaatst. Hij kwam toen op het lumineuze idee om naar het Amstel Hotel te fietsen, 'met een vaart die wel voor ons hele verdere leven een recordsnelheid zal blijven'.

Nadat hij zijn fiets 'als oud roest tegen de stoep van het deftigste hotel van Mokum had gesmeten', hoorde de portier hem aan. Het werd mijn vader genadiglijk toegestaan te telefoneren, maar de portier draaide de nummers. Het duurde even voordat het op de nachtredactie doordrong welk een onheil gaande was. De krant was gezakt, maar er zat niets ander op: die moest weer open.

Opgelucht haalde mijn vader adem. Daarna belde hij de brandweer.

Max Pam

Brill

Op 8 oktober 1871 brak in de binnenstad van Chicago een grote brand uit, die twee dagen lang voortwoedde en een breed spoor van verwoesting door de stad trok. Meer dan zeventienduizend huizen en gebouwen gingen in vlammen op, naar schatting driehonderd mensen vonden de dood en een kleine honderdduizend bewoners werden dakloos.

Een ramp van ongekende proporties, die evenwel met de kennis van anderhalve eeuw later toch ook kan worden gezien als een blessing in disguise. De wederopbouw werd voortvarend ter hand genomen. Door bouwmeesters van naam aan te trekken maakte de stad een razendsnelle moderniseringsslag, die ook een traditie van architectonische vernieuwing en variatie vestigde. Binnen twee decennia bloeide de Windy City als nooit tevoren, met drie keer zoveel inwoners als vóór de Great Fire.

Sindsdien is het bepaald niet alleen politieke en economische hoogconjunctuur die de klok heeft geslagen. Alle grootstedelijke problemen hebben zich ruimschoots voorgedaan in Chicago. Maar de veerkracht is gebleven en de stad blijft een walhalla voor wie in architectuur is geïnteresseerd.

Vergeleken met de Great Fire stelde de brand in de Notre-Dame natuurlijk niet vreselijk veel voor. Er zijn geen mensen omgekomen, belangrijke delen van de kathedraal zijn behouden gebleven.

Maar de ontzetting was groot en massaal toen het er even naar uitzag dat de eeuwenoude kerk, die zozeer het gezicht van Parijs bepaalt en die ook voor niet-gelovigen een bijzondere culturele waarde vertegenwoordigt, vrijwel geheel verloren zou gaan. Het was alsof de Fransen plotseling werden herinnerd aan de kwetsbaarheid van hun gemeenschappelijke bestaan.

Voor president Macron doet zich nu een onverwachte gelegenheid voor zich te positioneren als de schutspatroon van de nationale verzoening. Of dat gaat lukken is ongewis: hoewel hij met zijn nationale debat enig politiek terrein heeft heroverd, verloor hij per saldo veel krediet. Maar het valt beslist te hopen dat hij de vicieuze cirkel van ontmoediging en polarisatie in Frankrijk weet te doorbreken. Het protest van de 'gele hesjes' is verworden tot een vaak gewelddadig ­actieritueel, dat de Fransen geen perspectief biedt.

En de rest van Europa al evenmin. Er waait een gure autocratische wind over het wereldtoneel. Met een zwalkende Amerikaanse bondgenoot, een verlamd Groot-Brittannië en een onzeker Duitsland aan het eind van het tijdperk-Merkel, zou een dosis Franse veerkracht zeer welkom zijn. Veerkracht die als een onstoffelijke feniks uit de as van de vermaarde torenspits van de ­Notre-Dame herrijst.

Want al heeft Frankrijk aan macht ingeboet, nog steeds schuilt er een kern van waarheid in de oude spreuk: 'Als Parijs niest, is Europa verkouden.'

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden