Gijs GroentemanBeeld Artur Krynicki

Bij Arnold Heertje had ik langer stil willen staan

PlusGijs Groenteman

Eigenlijk wist ik niet dat ik zo aan begrafenissen hecht. Begrijp me goed: ik stond er niet onverschillig tegenover, ik hóu van een goede begrafenis. Natuurlijk is de aanleiding altijd droevig, en gun ik iedereen het eeuwige leven, maar de dood hoort er nou eenmaal bij.

Nederlanders begraven op z’n Nederlands: formeel, keurig georganiseerd, alles volgens de regeltjes. Emoties worden zo veel mogelijk in bedwang gehouden, tijdens de speeches is er een ingehouden snik, waarna er haastig een slokje water genomen wordt. “En na afloop is er een kopje koffie met een plakje cake, want dan is het afgelopen,” vatten Theo en Thea het ooit samen.

Ooit was ik bij de begrafenis van een Amsterdammer die met een Afrikaanse getrouwd was. Dat was een clash of cultures zonder weerga. De Afrikaanse gemeenschap was aan het huilen en joelen, er liepen twee mannen met videocamera’s rond, aanhoudend wandelden er mensen in en uit, luid bellend, soms stortte er een vrouw jammerend op haar knieën neer voor de weduwe. De Nederlanders zaten stil en stuurs in hun bankjes te wachten tot alles voorbij was.

Nee, Nederlanders hebben een ongemakkelijke begraafcultuur. Maar hoe ongemakkelijk die ook is, het hoort er tóch bij. Als het niet meer kan, zoals nu, voel je dat ineens.

Zaterdag overleed Arnold Heertje. Ik kende hem niet persoonlijk en snap weinig van economie, en toch was ik fan van hem. Omdat hij een leuke onruststoker was. “Ik ben een blootlegger,” zei hij ooit in een prachtig interview met Arjan Visser. “Om de wereld te verbeteren, moeten we hem eerst in kaart brengen. Dat staat, als ik het zo mag zeggen, ook niet los van het jodendom: het blootleggen van de dingen zoals ze zijn. Natuurlijk maakt mij dat kwetsbaar en niet zelden leiden mijn observaties tot hevig tumult, maar impopulariteit interesseert mij niets. Sterker nog: als mensen kwaad worden om wat ik zeg, klinkt mij dat als muziek in de oren.”

Heertje is zesentachtig jaar geworden, een gezegende leeftijd. Hij is er niet meer bij, dus voor hem maakt het weinig verschil hoe hij begraven wordt. Maar toch: dat iemand die zo’n lang en productief leven heeft gehad, een mooi huwelijk, die de Tweede Wereldoorlog miraculeus heeft overleefd, een mooie carrière en een mooi gezin heeft gebouwd, de maatschappij heeft gediend en geliefd was, dat hij niet passend begraven kan worden, dat er niet in een van de zalen van de UvA een grote bijeenkomst kan worden georganiseerd waar nog eens goed, een paar uur lang, bij zijn rijke leven kan worden stilgestaan, allemaal vanwege het walgelijke virus dat ons teistert, maakt mij diep ongelukkig.

Reageren? gijs@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden