Opinie

‘Betrek niet-witte mensen bij onderzoek naar koloniale verleden’

Betrek meer niet-witte mensen bij onderzoek naar het koloniale verleden, schrijft Lara Nuberg. Op dit moment verdienen witte mensen geen salaris door de directe uitbuiting van mensen van kleur, maar door erover te schrijven.

Beeld Stadsarchief

Op 30 september vond de boekpresentatie plaats van het boek De Slavernij in Oost en West: het Amsterdam Onderzoek. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) en biedt een eerste overzicht van de volle breedte van de Amsterdamse betrokkenheid bij de slavernij en de slavenhandel. De conclusie van het boek: het bestuur van Amsterdam was direct, wereldwijd, grootschalig, veelzijdig en langdurig betrokken bij slavenhandel en slavernij. Wat dit precies betekende, legde de redactie uit op een symposium op 2 oktober in de Beurs van Berlage. Die redactie bestond uit Matthias van Rossum, Nancy Jouwe, Guno Jones en Pepijn Brandon. Ook andere onderzoekers leverden een bijdrage. 

Als historicus met een speciale interesse in het koloniale verleden van Nederland ben ik blij met de totstandkoming van dit boek. Het onderzoek voorziet de keuze voor de gemeente Amsterdam om excuses aan te bieden voor het slavernijverleden van een wetenschappelijke basis. Daarnaast acht ik de hernieuwde interesse in het koloniale verleden van Nederland van groot belang voor het begrip van wie wij zijn als natie en nog belangrijker: hoe wij zo zijn geworden. De conclusie dat onze huidige rijkdom gebaseerd is op een voorsprong, met name behaald door de uitbuiting van niet-witte mensen, dwingt ons gezamenlijk tot nadenken over de erfenis van kolonialisme en de daaruit voortgekomen vormen van ongelijkheid.

Ongemakkelijk gevoel

Toch hield ik aan het symposium niet alleen positieve gevoelens over. Sterker nog, na zo’n twee uur geconcentreerd te hebben geluisterd via een livestream die voor een met name Indisch/Moluks publiek werd uitgezonden in De Bazel, werd ik overvallen door een ongemakkelijk gevoel. Waarschijnlijk door het besef dat ook bij het onderzoeken van de koloniale geschiedenis de directe erfenis van dit verleden pijnlijk zichtbaar blijft. Want hoe je het ook wendt of keert: hoewel er een aantal niet-witte onderzoekers in prominente rollen aan het boek hebben meegewerkt, zijn de meeste historici in loondienst van een groot onderzoeks­instituut als het IISG wit. Hetzelfde geldt voor de werknemers van uitgeverij Spectrum. 

Daarnaast vertelden verschillende historici die meewerkten aan het onderzoek over hun eigen boeken, die binnenkort gepubliceerd zullen worden. Kortom: het onderzoeken van het koloniale verleden leidt niet alleen tot meer kennis, maar vooral ook tot werk voor witte historici die al in een comfortabele positie zitten. Het leidt tot een ironische constatering: dit keer verdienen witte mensen geen salaris door de directe uitbuiting van mensen van kleur, maar door erover te schrijven. 

Natuurlijk wil ik daarmee niet zeggen dat witte historici moeten weglopen voor de verantwoordelijkheid om dit verleden te onderzoeken. Noch wil ik zeggen dat hun bijdragen niet van groot belang zijn. Natuurlijk juich ik elke publicatie die een breder inzicht in dit onderwerp biedt toe.

Nazaten voormalig gekoloniseerden

Toch zou ik bij de totstandkoming van publicaties over het koloniale verleden graag concretere voorbeelden zien van manieren waarop ook de nazaten van voormalig gekoloniseerden direct profiteren. Zo zou standaard een deel van de opbrengst van de boekverkoop kunnen gaan naar onderzoeksbeurzen voor mensen uit in het verleden door Nederland gekoloniseerde gebiedsdelen. Of zou de opdracht voor onderzoek vergeven moeten worden aan organisaties die actief investeren in niet-witte onderzoekers.

In het proces van vormgeving, druk, uitgeven en verkopen zou tevens actief moeten worden nagedacht over wie hier een boterham aan zou moeten verdienen. Dit om te voorkomen dat schrijven over het koloniale verleden naast het verbreden van kennis, óók bijdraagt aan het in stand houden van bestaande structuren. Oftewel: hoe zorgen we dat witte én niet-witte mensen evenredig profiteren van onderzoek naar het koloniale verleden – niet alleen sociaal, maar ook financieel?

Ik heb het concrete antwoord op die vraag niet, maar ik besef wel dat dit ook voor mij persoonlijk belangrijke vragen zijn om te stellen. Ook ik publiceer over het koloniale verleden van Nederland, met name met betrekking tot Indonesië. Werk hoort betaald te worden, maar wel vraag ik me af: hoeveel mag ik persoonlijk verdienen aan schrijven over koloniaal geweld en daaruit ontstaan leed? En wat kan ik doen om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld ook mensen in Indonesië iets hebben aan mijn werk? Het lijken me belangrijke vragen, juist ook voor onderzoekers, om te bespreken.

Lara Nuberg, historicus, schrijft op haar blog gewooneenindischmeisje.nl over haar Indische identiteit en de koloniale ­geschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden