Opinie

Bestrijd jihadisten samen

Het is niet alleen aan de overheid, maar ook aan de islamitische gemeenschap om zo veel mogelijk potentiële Syriëgangers te stoppen, schrijft Ibrahim Wijbenga.

Een vrouw legt een bloem neer bij het Joodse Museum in Brussel, nadat Jihadstrijders hier een aanslag hadden gepleegd. Beeld anp

De recente aanslag op het Joods Museum in Brussel laat zien hoe meedogenloos uit Syrië en andere brandhaarden teruggekeerde jihadstrijders zijn. De vermoedelijke dader schiet zijn slachtoffers in koelen bloede neer, legt het op film vast, wat overigens mislukt, en verdwijnt zonder een spoor achter te laten. Pas na acht dagen wordt hij bij toeval bij een routinecontrole in Marseille gearresteerd.

Die koelbloedigheid vereist training en expertise. Die hebben de uit Syrië en andere brandhaarden teruggekeerde jihadstrijders in ruime mate. Dat ze, zoals ze vaak beweren, daar alleen maar hand- en spandiensten verrichten, is een fabeltje om de autoriteiten om de tuin te leiden. In de door Al Qaida verstoten Isisbrigade, waarvan ze doorgaans deel uitmaken, worden ze opgeleid om te doden.

De strijd tegen de ongelovigen kent geen middenweg. Om deze heilige plicht te benadrukken, leggen de jihadstrijders een eed van trouw af aan Isisleider Abu Bakr al-Baghdadi. Ook sympathisanten hier (zoals op een Cruijfcourt in de Haagse Spoorwijk), die diensten verrichten als het werven van strijders, het inzamelen van geld, het vertalen van jihadistische propaganda in het Nederlands en het bezoeken van gedetineerde broeders en zusters, hebben zo'n eed afgelegd. Op die eed (Bai'ah) zit geen houdbaarheidsdatum.

Geen puberaal gedrag
Vlaamse en Nederlandse vrijwilligers in Syrië zijn van hetzelfde laken een pak. Ze vechten in dezelfde eenheden, hadden in Europa dezelfde ideologie en manifesteerden zich ook samen. Verleden week hebben oud-leden van het inmiddels verboden Sharia4Belgium nog voor de gevangenis van hun leider Abou Imran geprotesteerd, getooid in camouflagekleding en Al Qaida-achtige symboliek en vlaggen. Dit is geen puberaal gedrag, dit is geen kinderlijke naïviteit, dit moeten we als samenleving uiterst serieus nemen, zoals we de islamitische eed van trouw aan de meest radicale en extremistische groepering in Syrië niet kunnen afdoen als iets dat je niet serieus hoeft te nemen.

Dat er lijnen zijn tussen jihadstrijders en zware criminaliteit, is voor mij duidelijk. Het internationale prototype van de jihadstrijder met een zwaar crimineel randje is de gesneuvelde Abou Musaab al Zarqawi: iemand die de vindingrijkheid en meedogenloosheid van een zware crimineel combineerde met het fanatisme van een jihadstrijder. Hij stierf in Irak in 2006.

Die connectie blijft niet beperkt tot het buitenland. Voor 11 september 2001 is in Nederland een groep bekeerde Rotterdamse Kaapverdianen opgepakt voor zware overvallen om de jihad in Tsjetsjenië te financieren.

In het verleden is Samir A. (inmiddels op vrije voeten) van de Hofstadgroep vrijgesproken van een overval, maar wel veroordeeld voor verboden wapenbezit. Abou Imraan van Sharia4Belgium is meerdere malen veroordeeld voor inbraken. Onlangs is een teruggekeerde jihadstrijder uit Delft aangehouden op verdenking van het voorbereiden van een overval om de jihad te financieren.

Het is waarschijnlijker dat teruggekeerde jihadstrijders in de zware criminaliteit belanden dan dat ze een aanslag plegen, omdat ze Europa zien als een melkkoe die de wereldwijde jihad kan financieren. De opbrengsten van overvallen en de bezittingen van 'ongelovigen' worden beschouwd als oorlogsbuit.

Martelaarschap als doel
Het is mogelijk dat criminele jongeren op een gegeven moment voor de jihad kiezen. Gevangenissen kunnen een bron van radicalisering zijn, de Nederlandse autoriteiten beseffen dat ook. Het moge duidelijk zijn dat deze tikkende tijdbommen een gevaar voor onze samenleving vormen. Het martelaarschap is hun doel en elk moment kan opnieuw een aanslag worden gepleegd. De jihadstrijders zijn er klaar voor.

Hoe klaar ze ervoor zijn, blijkt uit een recente oproep van de Belgische Syriëstrijder en vooraanstaand lid van Sharia4Belgium, Bounekoub, die na de aanslag in Brussel jongeren opriep nieuwe terreurdaden te plegen.

Deze oproep is een reden te meer om de jihadstrijders keihard aan te pakken. Ze dienen na terugkomst te worden gescreend op mogelijke betrokkenheid bij oorlogsmisdaden. Andere wapens zijn preventieve hechtenis als daar aanleiding toe is, dagelijkse meldplicht en eventueel een enkelband als deze verplichting niet wordt nagekomen.

Meer internationale samenwerking en informatie delen is absoluut cruciaal. Deze jongeren denken niet in termen van de natiestaat en worden ook niet tegengehouden door grenzen.

Ook de moslimgemeenschap dient hierbij een actievere rol te spelen. Zij kan potentiële jihadstrijders in een vroegtijdig stadium in kaart brengen en met hun ouders in gesprek gaan. Daarnaast moet men ophouden met apologeet te spelen voor deze jongeren, laat staan hun daden te verheerlijken of te bagatelliseren. De moslimgemeenschap kan juist met lokale autoriteiten samenwerken om de jongeren die naar Syrië willen gaan of daarvan terugkeren in het oog te houden en te monitoren. Lieden die de islam zo bezoedelen, zijn ook zijn vijanden.Moskeeën moeten de ideologische strijd aangaan met deze jongeren, en dat gebeurt nu niet.

De auteur is jongerenwerker. Hij schreef dit stuk op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden