Opinie

‘Besef: groene groei is een fata morgana’

Het willen uitdrukken van klimaatverandering en biodiversiteit in economische termen, legt een morele armoede bloot, aldus Lars Moratis en Frans Melissen. 

‘Behoud van biodiversiteit en leefbaarheid gaat niet samen met nog meer economische groei’. Beeld Getty Images/iStockphoto

Onlangs verscheen het rapport van het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten, kortweg Ipbes, dat 132 lidstaten heeft. Het Ipbesrapport is de meest uitgebreide en volledige rapportage over de staat van de biodiversiteit op aarde ooit.

De bevindingen van het Ipbes tonen dat het antropoceen (tijdperk waarin het klimaat en de atmosfeer de gevolgen ondervinden van menselijke activiteit) niet alleen vernietigende gevolgen heeft voor het klimaat, maar ook voor de bio­diversiteit. Bossen verdwijnen in rap tempo, oceanen worden overbevist en verzuren, lucht, land en water raken extreem vervuild. Meer dan een miljoen dier- en plantsoorten worden momenteel met uitsterven bedreigd.

Ver-van-mijn-bedshow

Hoewel we daarmee volgens het Ipbes ons eigen bestaan op het spel zetten, is het maar de vraag of het rapport het effect zal hebben dat de organisatie beoogt. Net als klimaatverandering is biodiversiteit voor veruit de meesten van ons een ver-van-mijn-bedshow. Sterker nog, de psychologie laat zien dat dit soort onheilsboodschappen makkelijk averechts kunnen werken. Ze leiden ertoe dat mensen eraan gewend raken (‘ja, we weten nu wel dat het slecht gaat’), dat ze de boodschap vermijden (‘doe mij maar goed nieuws!’) en dat problemen gestereotypeerd worden (‘wat vreselijk dat de ijsberen doodgaan, hè?’).

Wat wellicht nog erger is, is dat degenen die zich toch geroepen voelen na te denken over oplossingen dit vaak doen op basis van dezelfde logica die het probleem veroorzaakt heeft. Zo heeft de Britse overheid een hoogleraar van de gerenommeerde Cambridge University aangezocht om een studie naar de economische effecten van biodiversiteitsverlies uit te voeren.

Inkomen en achterban

In Nederland zullen zich in de aanloop naar de bekendmaking van de kabinetsplannen voor een eventuele CO2-heffing voor bedrijven ongetwijfeld weer hordes politici bij talkshows verdringen om de betaalbaarheid voor de burger te benadrukken, het potentiële werkgelegenheidsverlies en het weglekrisico (de kans dat bedrijven ons land worden uitgejaagd). Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies zijn in die redenering belangrijk, maar maatregelen daartegen mogen natuurlijk niet ten koste gaan van onze economie en het inkomen van de achterban.

Interessant genoeg verschenen op dezelfde dag als het Ipbesrapport hier en daar ook berichten over een wetenschappelijk onderzoek naar empirische bewijzen voor de veronderstelling dat we de biodiversiteit en leefbaarheid van onze planeet kunnen beschermen en tegelijkertijd economische groei kunnen realiseren.

De conclusie van dat onderzoek laat zich raden: die bewijzen zijn er niet en die verenigbaarheid is op z’n zachtst gezegd meer gebaseerd op hoop dan op feiten. Tegen de achtergrond van deze illusie van groene groei, zouden alarmbellen zoals de gegevens uit het Ipbes­rapport aanleiding moeten zijn om oorzaak en gevolg, probleem en oplossing, bijzaken en hoofdzaken, eindelijk te scheiden.

Dieperliggende armoede

Het willen uitdrukken van klimaatverandering en biodiversiteit in economische termen, zoals dat bijvoorbeeld met het denken over ecosysteemdiensten en verborgen kosten (true cost accounting) gebeurt, legt pijnlijk een dieper­liggende armoede bloot: een armoede in het denken over onze toekomst en over oplossingen om die leefbaar en rechtvaardig te houden.

In essentie is dit een morele armoede die op een dieperliggend niveau de echte uitdaging aangeeft: tot een nieuwe invulling van waarde komen die leidt tot een transformatie van ons sociaaleconomisch systeem tot een systeem dat het leven op aarde mogelijk in plaats van onmogelijk maakt. Vervolgens moeten we die waarde centraal stellen in ons handelen.

Wij zien minstens drie strategieën voor zo’n waardenontwikkeling. Eerst en vooral is dat begrenzing. Regulering van economische bedrijvigheid is tegen de achtergrond van biodiversiteits- en klimaatonderzoeken simpelweg onontkoombaar. Het is ook wenselijk, omdat regulering een reflectie en signaal is van waarden die als kompas moeten dienen voor ontwikkeling.

Dat is het minste wat we van de politiek mogen vragen. Tegelijkertijd moet er in dit kader ruimte zijn voor wat meer radicale en originele experimenten. Een mooi voorbeeld daarvan is de DO Black creditcard van de Zweedse start-up Doconomy waarmee je alleen aankopen kunt doen binnen jouw persoonlijke CO2-budget.

Verbeelding en besmetting

Ten tweede: verbeelding. De natuur biedt miljarden jaren ervaring aan research and development. Ze is een inspiratiebron voor nieuwe productievormen die menselijk, dierlijk en botanisch leven respecteren. Het concept factory as a forest van tapijttegelfabrikant Interface laat zien dat bedrijven lokale ecosystemen zelfs kunnen bevorderen.

En ten derde: besmetting. Onderzoek laat zien dat duurzaam gedrag in het ene domein (zeg: elektrisch rijden), duurzaam gedrag in ­andere domeinen (bijvoorbeeld: biologisch voedsel) kan veroorzaken. Deze zogeheten overloopeffecten erkennen dat de keten van kennis-houding-gedrag vooral in omgekeerde volgorde werkt. Deze effecten moeten daarom leidend zijn voor zowel overheidsbeleid als bedrijfsstrategie. Subsidies en fiscale stimuleringsregelingen die overloopeffecten aanjagen zijn allesbehalve een onzalig idee.

Deze omslag maken in het zoeken naar oplossingen is de echte uitdaging. Zolang financiële waarde een synoniem blijft voor welvaart, we welvaart louter blijven definiëren op basis van economische groei en exploitatie van mens en natuur daarvoor het uitgangspunt is, is de meest waarschijnlijke uitkomst juist armoede, honger en ademnood voor iedereen.

Zullen er ook dan nog politici bij talkshows aanschuiven om te verkondigen dat eten en zuurstof hartstikke belangrijk zijn, maar dat het wel betaalbaar moet blijven?

Lars Moratis Oprichter ImpactAcademy, lector aan Breda University of Applied ­Sciences. Beeld Edwin Wiekens
Frans Melissen Lector aan Breda University of Applied ­Sciences. Beeld Jan-Kees de Meester
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden