PlusColumn

Bernard Haitink leek van perkament te zijn

Gijs GroentemanBeeld Linda Stulic

Donderdagavond was ik in het Concertgebouw om mee te maken hoe Bernard Haitink het Concertgebouworkest in de ­negende van Mahler dirigeerde. Ik verheugde me, want Haitink en het Concertgebouworkest ­samen zien spelen is net zoiets als The Rolling Stones nog een keer samen zien.

De zaal was lekker afgeladen. Alle mannen met lintjes, ballen met hun dates en gepassioneerde muziekliefhebbers met partituren op hun schoot zaten al een kwartier voor aanvang lustig kwekkend op hun plek. Om kwart over acht ging het licht uit, rechts van het podium zwaaide de deur open: Bernard Haitink kwam binnen schuifelen, niet die enorme trap af, maar vanaf de zijkant.

Alles aan hem was wit, hij leek helemaal van perkament geworden te zijn.

Op YouTube staan complete opnames van Mahlersymfonie-en die hij eerder bij het Concertgebouworkest dirigeerde, zijn beroemde kerstmatinees. Toen was hij nog een man in de kracht van zijn leven. Een intense man, zo te zien, een ­vurig type met wie niet te sollen valt. Aan het eind van zo'n ­symfonie druipt het zweet van zijn gezicht.

Inmiddels is hij oud, bijna ­negentig. Hij greep de leuning van het trapje naar het podium en liep met zekere tred naar boven. Het applaus was meteen al ovationeel, volgens mij ­wilden we al bijna gaan staan met z'n allen, maar Haitink moest daar niks van hebben.

Hij klom op de bok, pakte zijn baton en zwaaide een ferme zwaai. We zwegen meteen.

Toen begon de Negende.

Die begint niet furieus of met een pakkende melodie, zoals veel symfonieën van Mahler, maar eerder rommelig. Een plonkje hier, een plukje daar, hortend en stotend komt ie op gang.

Mahler was in crisis toen hij de Negende schreef, die zijn laatste voltooide symfonie zou worden: zijn dochtertje was overleden, zijn huwelijk was kapot en er had zich een ernstige hartkwaal bij hem geopenbaard.

Het verdriet en het onvervulde verlangen zijn in de hele symfonie te horen - nooit komt de ­verlossing, het echte geluk.

Haitink moet de Negende ­tientallen malen hebben gedirigeerd, over de hele wereld, met alle grote orkesten. Maar ook nu nog deed hij het met overgave. Soms zat hij op zijn krukje, meestal stond hij. Af en toe stak hij een bevende linkerhand in de lucht om iets aan te geven dat hij niet met zijn baton alleen af kon - die hand vond ik hartverscheurend.

Het laatste deel van de symfonie is van een ongelofelijke schoonheid, met schrijnende, ijle noten van de violen die uiteindelijk oplossen in het niets. Zoals wij allemaal op zullen ­lossen in het niets.

De stilte na de allerlaatste noot was bijna tastbaar. Haitink legde zijn baton neer op de lessenaar, de tik was door de hele zaal te horen.

Daarna barstte het applaus los.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden