Femke van der Laan. Beeld Agata Nowicka

Berkenblaadjes zijn de enige die ik herken

Plus Femke van der Laan

Mijn rechterenkel ligt op mijn linkerknie. Ik kijk naar mijn zool. Er zit een blaadje onder mijn schoen. Het is geel en bruin en heeft een klein steeltje. Het zit er al een tijdje, denk ik. Het volgt de ribbels van mijn zool, is er al helemaal aan vastgeplakt. Behalve het steeltje, dat steekt nog een beetje uit. Daar zou ik aan kunnen trekken, maar ik denk niet dat ik dan het blaadje meekrijg. Het zou scheuren. Ik zou alleen het steeltje tussen mijn vingers hebben. Om het blaadje eraf te krijgen, zal ik mijn voeten moeten vegen.

“Dat is een mooitje.” De mevrouw links naast me wijst naar mijn zool.

We zitten op een bankje. Ik wacht op de middelste. Waar de vrouw op wacht, weet ik niet.

Ik knik. “Hij is van een berk.”

Berkenblaadjes zijn de enige die ik herken. Bij het huis waar ik als kind woonde, stonden berkenbomen. In de voortuin en in de achtertuin. In de herfst lagen deze blaadjes op de grond. Geel en bruin, met kleine steeltjes.

“Ze stonden vroeger in de tuin,” zeg ik erachteraan, voordat de vrouw denkt dat ik er verstand van heb. “Daarom weet ik dat.”

“Ik wist niet dat hier berken stonden.”

Ik kijk om me heen. Ik zie geen berken. Ze zullen vast wel ergens staan, in de stad, maar ik weet er niet een. Of misschien komt dit blaadje van buiten de stad. Ik ben ook buiten de stad geweest.

“Ik ben ook buiten de stad geweest.” Ik zeg het snel. En slordig. Het klinkt alsof ik me verontschuldig voor een blaadje onder mijn schoen. Alsof de vrouw naast me nu ‘geeft niet’ gaat zeggen.

“Ik ben ook buiten de stad geweest.”

“Geeft niet.”

Maar dat doet ze niet. In plaats daarvan zegt ze: “Weet je wat ik altijd heb nu?”

Ze trekt haar jas een beetje omhoog en steekt haar hand in haar broekzak. Kastanjes, denk ik. Jij hebt altijd kastanjes nu.

Haar hand komt weer tevoorschijn. Er liggen twee kastanjes in. Misschien heb ik er toch wel verstand van.

“Elke week raap ik een paar verse op. Wil je er eentje? Ze helpen tegen reuma.” De vrouw steekt haar hand uit. Ik pak er een kastanje af en stop hem in mijn jaszak.

“Nee, in je broekzak. Anders helpt het niet.”

Ik stop de kastanje in mijn broekzak. De vrouw kijkt tevreden. Mijn zak is zo strak dat de kastanje vervelend in mijn been duwt.

“Dank u wel.”

Ik kijk naar voren. Of de middelste er al aankomt. Langzaam veeg ik de zool van mijn rechterschoen af aan de stoeptegels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden