Teaser RozeBeeld Artur Krynicki

Bep weet goed raad met haar gevoelens

PlusMaarten Moll

In Knecht, alleen, het prachtige autobiografische relaas van Gerbrand Bakker over zijn depressie, staat op bladzijde 180: ‘Hij bleek niet de fijne kameraad die ik me gewenst had en toch heb ik erg van hem gehouden.’

Bakker heeft het niet over een mens (hij houdt eigenlijk helemaal niet zo van mensen).

Het gaat over een hond.

Over Jasper, waar hij al zo heel mooi over schreef in dat andere Privé-Domeindeel van uitgeverij De Arbeiderspers: Jasper en zijn knecht (2016), ‘een hond die nooit goed raad wist met zijn gevoelens’.

En dan nu het heuglijke nieuws: opvanghond Bep is hond Bep geworden.

Na Otis en Theo was Bep onze derde Griekse opvanghond van Lesbos.

Naar mijn smaak iets te kort op de pootjes, en met een waggelkont. En ze rolt graag over dode dieren. Maar lief!

Afgelopen weekend gingen we met haar wandelen in het Diemerbos.

Eerst sprong ze in een stinksloot.

Daarna rolde ze door het zand op een ruiterpad.

Om het af te maken met een stukje droogzwemmen door het hooi op een grasveld.

Ik meende haar te horen knorren. Helemaal in haar element. (Een hond die goed raad wist met haar gevoelens.)

We zagen het aan, ontroerd.

Dat van die korte pootjes was al geen belemmering meer.

Even verderop stond een vrouw haar keurige hond angstvallig kort te houden.

“Zullen we Beppie houden?” vroegen we thuis. (Bep was twee keer met shampoo gewassen, maar stonk nog steeds naar een vuil, nat vaatdoekje dat te lang onderin de waston had gelegen.)

“Beppie!!!!!” joelden de dochters. Er kwam verder geen normaal woord meer uit.

Dat ging in het begin wel anders.

“We nemen weer een opvanghond.”

Oudste Dochter: “Als deze maar niet in mijn tas poept.” (Dat deed Theo.)

Jongste Dochter: “Of voor mijn slaapkamerdeur.” (Otis.)

“Het kwam door je tenen omhoog, hè?”

“Niet grappig, pap.”

Ze knuffelen Bep al weken dood.

Ze laat vieze scheetjes. Maar welke hond doet dat niet?

‘Ik denk dat dit de beste stukken zijn die over mens & hond zijn geschreven,’ schreef ik in een recensie over Jasper en zijn knecht. (Al komt Koos van Zomeren met zijn hondenboeken, waaronder het schitterende requiem Alptraum. Stanley’s laatste gems, wel heel dichtbij.)

De laatste bladzijden van Jasper en zijn knecht, de epiloog, zijn indrukwekkend. Niet per se omdat Jasper daar sterft, maar omdat Gerbrand Bakker het zo onsentimenteel opschrijft. (Waardoor hier de tranen toch vloeiden.)

Dat deel ga ik nu even niet herlezen.

Ik hoop dat Bep (nul keer in huis gekakt) een fijne kameraad wordt.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden