Opinie

‘Benoem institutionele homofobie bij de politie’

Demonstratie tegen lhbti-gerelateerd geweld. Beeld Piroschka van de Wouw/ANP

Meld je je bloedend bij de politie, krijg je nog een trap na. De bereidheid om aangiften van lhbti-gerelateerd geweld op te nemen is laag. Volgens Bram Heerink is het tijd dat de politie erkent dat er een probleem bestaat. 

Het Parool heeft 3 augustus vanuit begrijpelijke journalistieke verbazing bericht over Dirk van Baren, die zelf de dader van bedreigingen opspoorde, omdat de politie niets deed. Zelfs nádat hij de dader op een presenteerblaadje had aangeleverd, vertikte de Amsterdamse politie het tot actie over te gaan.

Voor lhbti’ers is dit helaas niet nieuw. Wij weten dat de bereidheid om aangiftes op te nemen in de praktijk laag is, en overgaan tot opsporing en vervolging zeldzaam.

In juli klapte voormalig politiecoach Carel Broers in NRC uit de school over sfeer binnen de politie. Meldingen over discriminatie, seksuele intimidatie en ander grensoverschrijdend gedrag worden volgens hem structureel en stelselmatig genegeerd: “Er heerst in de top een afdekcultuur. Er gebeurt niets tegen homohaat, moslimfobie en intimidatie van vrouwen. Iedereen die diverser, wijzer en intelligenter is dan de zittende top wordt systematisch beschadigd.”

Die onthulling staat in schril contrast tot de grote marketingcampagne van de Politie Amsterdam van enkele jaren geleden om de aangiftebereidheid te vergroten. Wekenlang hingen er affiches in de stad met teksten als ‘Lastiggevallen? Dat pik je niet! Even aangifte doen.’ De politie communiceert, aangejaagd door de politiek, een proactieve houding rondom anti-lhbti-geweld, de praktijk staat hier haaks op.

Bram Heerink, ondernemer en digitaliseringsadviseur.Beeld -

Slachtoffers van geweld krijgen hierdoor een dubbele klap. Meld je je bloedend bij de politie, krijg je nog een trap na omdat de politie nul prioriteit aan je aangifte geeft. Als de diender al bereid is gebleken deze zelfs maar op te nemen.

Natuurlijk, er zijn zaken die zo weinig aanknopingspunten tot opsporing bieden dat de politie er weinig mee kan. Maar veel te veel ­zaken belanden door laksheid, geen prioriteit, of – laten we dat ook eens benoemen – geïnstitutionaliseerde homofobie in een diepe la.

Als het falen van de politie bij het opsporen van discriminatie en geweld de publiciteit haalt, duikt de Amsterdamse politiek er altijd gretig bovenop. De problematiek is een dankbaar onderwerp. De strekking van de reacties is altijd hetzelfde: er moet wat gebeuren. Dat is helaas loos geroep voor de bühne.

Er gebeurt nooit wat. De aandacht die de politiek heeft voor dit dossier, het bestaan van Roze in Blauw en het oproepen tot het doen van aangifte, leidt tot schijnveiligheid die meer kwaad dan goed doet.

Het lijkt mij in het belang van de lhbti-community om dat eens eerlijk toe te geven. Misschien moet we ons dan toch gewoon inschrijven voor die cursus zelfverdediging en collectief pepperspray meenemen als we uitgaan. Of dat verstandig is, geen idee, maar je voelt steeds meer de urgentie jezelf dan maar te beschermen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden