Column

Bennie laat een prachtige blinde vlek op de stad achter

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Jordy, een klasgenoot op het Montessori Lyceum, ­geloofde nooit dat Blinde Bennie echt blind was. Dus als we spijbelden en geen geld voor de bioscoop of voor de coffeeshop hadden, liepen we naar de Dam en gingen we achter de bekende buikorgelspeler staan.

Leunend tegen de muur van de Nieuwe Kerk wachtten we op een misstap. Nee, Jordy wachtte. Hij wilde Bennie op heterdaad betrappen. Jordy had een nietsontziende ontmaskeringsdrang. Ik had vooral medelijden met mijn klasgenoot. Hoe ongelukkig moest hij wel niet zijn? Hij wilde Bennie ontmaskeren en hierdoor kon ­iedereen het ware gezicht van Jordy zien.

Jordy werd een paar maanden later van school ­gestuurd. Ik heb hem nooit meer gezien. Bennie daarentegen heb ik nog honderden keren gezien. Op zijn vaste plekje. Tussen de kerk en het paleis in. Bennie werd altijd geflankeerd door het goddelijke en het ­koninklijke.

De Dam is nooit een mooie plek geweest, het is een door gebouwen omringde identiteitscrisis, maar Bennie gaf iets gemoedelijks aan de harde onzekerheid van het plein. Alleen al dat gerammel van zijn centenbakje.

Altijd precies op de maat, in het oog van de orkaan. Want hij stond op een drukke plek. Bennie stond op een mierenhoop van dagjesmensen, kortingsfetisjisten en andersoortige slaven van de gejaagdheid. De meeste mensen zagen hem denk ik niet eens staan. Ze hadden geen tijd voor zijn buikorgeltje.

Maar soms zag je iemand even stilstaan. Die persoon keek dan naar Bennie. Het ging niet eens zozeer om zijn muziek, maar om hemzelf. De man. De mythe. Bennie Volkens. Een blinde zoon van een blinde vader die met behulp van zijn rood-wit gestreepte stok tot het einde in de voetsporen van zijn oudeheer is blijven lopen. Een man die zonder irissen werd geboren, bloeide op voor onze ogen.

Amsterdam hangt aan elkaar van bijzondere mensen die gewoon hun ding doen. Kleine stukjes plakband die ervoor zorgen dat de stad niet omvalt. Barvrouwen, uitsmijters, vrijwilligers, trambestuurders, straatmuzikanten, de mensen van bloemenstal 't Lieverdje, tippelaarsters en de oude loempiaverkoper.

De laatste keer dat ik Bennie zag, was een paar weken geleden. Het regende. Een muts rustte zalig op zijn ­immer gekantelde hoofd en zijn centenbakje imiteerde zoals altijd een zielsgelukkige specht.

Hij droeg een lange, bruine jas en in zijn rechterhand had hij een paraplu vast. Hij wist dat hij stervende was, maar hij stond er. Bennie stond er vol trots. Op zijn plekje. Hij stond tussen de kerk en het paleis in. Bennie werd altijd geflankeerd door het goddelijke en het koninklijke.

Bedankt Bennie. Bedankt. Je hebt een prachtige blinde vlek op de stad achtergelaten.

Lees ook: Blinde Bennie: na 30 jaar nooit meer vol op het orgel en: Blinde Bennie (1956-2017): Altijd naast de Nieuwe Kerk

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden