Opinie

‘Ben ik verstandig of een angstzaaiend kleinkind?’

De oma (85) en opa (86) van Malou Holshuijsen kregen familie op bezoek. Dat keurt ze af, maar is dat terecht? Ze ging op zoek naar antwoorden.

‘Even een kopje koffie in de tuin, we weten heus wel wat we doen,’ zei de familie van Malou Holshuijsen over een bezoek aan opa en oma.Beeld Getty Images

De verbazing was groot toen ik hoorde dat er familieleden bij mijn oma (85) en opa (86) op bezoek waren geweest toen geadviseerd werd dat nog niet te doen. “Even een kopje koffie in de tuin, we weten heus wel wat we doen.” Het stond lijnrecht tegenover mijn interpretatie van de veiligheidsmaatregelen. Ik vond dat, zolang de autoriteiten het afraadden, wij onze opa en oma niet mochten bezoeken.

De verschillende opvattingen botsen als twee auto’s frontaal op elkaar. Wat overbleef waren brokstukken en boze bestuurders. “Tijd heelt alle wonden,” zei mijn opa geruststellend, in de hoop dat de storm ging liggen. Maar wat doe je in de tussentijd, als de wonden zo vers zijn dat ze eerst ontsmet moeten worden? Ik sprak erover met twee psychologen en probeerde uit te zoeken wat er nou eigenlijk misging.

Thijs Launspach is psycholoog en een goede vriend. In de podcast OK Millennial van Het Parool liet hij al doorschemeren niet gecharmeerd te zijn van de manier waarop ik het had aangepakt. “Ik vind dat je voor 100 procent verantwoordelijk bent voor je eigen handelen. Als je gaat tornen aan beslissingen van een ander zal je snel conflict oogsten.” Ik belde Thijs om me te helpen deze situatie te begrijpen. Had ik mijn mond moeten houden?

“Ik denk dat je rekening had kunnen houden met het gegeven dat mensen moeite hebben met fundamentele kritiek. Zeker als jij je familie hebt aangesproken op de voor jou kenmerkende manier, die is namelijk erg direct.”

Mijn waarheid is dé waarheid

Ik scrol terug in de appgesprekken die ik met mijn familie voerde en zie veel lange zinnen, met komma’s en punten. Mijn zinnen zijn inderdaad anders van toon dan de korte zinnen met vele emoticons van mijn familieleden.

De klavertjes vier en duimpjes omhoog doen mij eerder denken aan een overleg dat gaat over een verjaardagscadeau dan over Covid-19. Het teruglezen van de berichten raakt me meer dan ik vooraf had gedacht. Deze wond is nog vers.

Ik herinner me het telefoongesprek dat ik voerde met een familielid. We kwamen er niet uit. De appjes die erop volgden kwamen van een ander familielid. Het leek erop dat ze elkaar hadden gesproken. Deze persoon verzocht me ‘zijn ouders niet te besmetten met mijn ­angsten, dat is net zo schadelijk als het coronavirus’.

Thijs Launspach: “Mensen laten zich niet graag iets voorschrijven. Wees je ervan bewust dat je in een conflict te maken hebt met een zender en een ontvanger. Je hebt alleen controle over wat je zendt, dus denk daar goed over na voordat je iets terugstuurt.”

‘Objectconstantie’

Ik appte sneller dan ik kon denken. Lezen dat mijn gedrag schadelijk is voor mijn opa en oma raakte me in het diepst van mijn zijn. Driftig typend probeerde ik uit te leggen waarom mijn waarheid dé waarheid was. Ik voelde me on­veilig, aangevallen en behoeftig mezelf te verdedigen.

Frank van der Horst is GZ-psycholoog in Amsterdam. Ik vroeg hem me het een en ander uit te leggen over gedragspatronen in een situatie als deze. Wat is hier nu eigenlijk aan de hand?

“Aanspreken op gedrag is niet hetzelfde als afwijzen op identiteit, maar wordt wel vaak zo opgevat. Daar gaat het mis. Een conflict als dit heeft ook alles te maken met ‘objectconstantie’: wat is het beeld dat iemand anders van jou heeft als je er niet bij bent. Achter je rug om doen mensen overduidelijk anders dan wanneer ze met je in gesprek gaan. Ze willen zich graag vasthouden aan het beeld dat ze van je hebben en zullen het niet snel willen uit­praten.”

Schuldinductie

Hoe goed ken ik mijn familie eigenlijk? We zien elkaar soms op een verjaardag van opa of oma maar praten weinig. Waarom raakt het me dan toch wanneer mijn familie mij een angstzaaiende kleindochter noemt?

Van der Horst: “In deze situaties wordt vaak gebruikgemaakt van schuldinductie. Schuld­inductie is een primitief afweermechanisme waarbij je de schuld probeert te weer­leggen door iemand anders een rotgevoel te geven. Door de oorzaak van het probleem op iemand anders te projecteren, kom je weg met datgene waar je in eerste instantie op wordt aangesproken. Jij spreekt iemand aan op zijn of haar verantwoordelijkheid omtrent de veiligheid van je groot­ouders en diegene weerlegt het ­probleem door te zeggen dat jij een angstzaaier bent.”

Ik merk dat het conflict niet meer over de inhoud gaat maar over de communicatievorm. We zijn afgeweken van waar het over ging.

Ik wil het hebben over de interpretatie van de voor­geschotelde veiligheidsmaatregelen. Hoe breng ik dit gesprek weer terug op de rails?

Van der Horst: “Probeer te communiceren op betrekkingsniveau. Begin een zin met ‘ik mis dit’ of ‘ik ben erg geschrokken van dat’. Door jouw emotie te benoemen, hoop je een wedervraag te krijgen, alleen dan kun je in gesprek. Als mensen geen vragen stellen, gaan ze je ook niet horen.”

Korreltje zout

Ik hoop dat mijn opa gelijk heeft en dat tijd de wonden heelt. In de tussentijd hoop ik dat mijn grootouders zo min mogelijk bezoek krijgen. Ik houd mijn hart vast, want mijn oma is binnenkort jarig, ze wordt 86 en is zo fit als een hoentje. Reden genoeg om haar positie in de risicogroep met een korreltje zout te nemen.

Zelf merk ik ook dat ik een beetje begin te duelleren met de striktheid in het naleven van de regels. Het is verdomde moeilijk. Ik hoop dat ik bij een volgende confrontatie het gesprek verstandiger zal voeren en dat mijn familie wil nadenken over het dragen van een gezamen­lijke burgerplicht. Individualistische keuzes zijn gevaarlijk, het gaat hier nog steeds om een virus dat nog niet onder controle is. Op mijn wond zit inmiddels een dun korstje. Ik probeer er niet aan te krabben. 

Malou Holshuijsen. Columnist, radiomaker en podcastmaker, waaronder OK Millennial van Het Parool.Beeld Lin Woldendorp
 
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden