Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ben ik niet trots als een Nederlander iets wint op de Olympische spelen? Ach...

PlusTheodor Holman

Uiteraard ben ik voor Nederland tijdens de Olympische Spelen. Waarom? Omdat ik Nederlander ben, omdat ik Nederlands spreek, omdat ik in Nederland woon. Meer is het niet.

Als ik zeg dat ik Nederlander ben, dan heeft dat alleen maar te maken met de plek waar ik ben geboren.

Als mij wordt gevraagd hoe het is om Nederlander te zijn, kom ik eigenlijk nooit verder dan het te omschrijven met dat verschrikkelijke woordje ‘leuk’, synoniem voor grappig, aardig.

Ben ik dan niet trots als een Nederlander iets wint op de Olympische spelen?

Ach trots, trots… Jawel, maar ook dat is weer een ‘leuke’ trots. Kijk ons eens als minilandje… Wij zijn geen China of Amerika. Zelfs op de aardbol zijn we een kruimel.

Trots is eigenlijk een begrip dat je moet bewaren voor een persoonlijke prestatie. Het mag natuurlijk ook een gemeenschappelijke prestatie zijn, zoals voetbal, maar dan mogen eigenlijk alleen de afzonderlijke leden van het team er trots op zijn. Dat wij, de rest van de Nederlanders, ons dan óók trots voelen, is omdat we zó hebben meegeleefd, dat we vinden eveneens recht te hebben op die trots.

Maar dat is schijn. Meeleven is het zogenaamd dragen van gevoelens die oorspronkelijk niet van jou zijn. Een sportheld is dan ook iemand die de glans van zijn gouden prestatie moet delen met zijn publiek.

Wie zich niet identificeert met een sporter, wie de kunst van het inbeelden niet beheerst, voelt het geluk van het winnen noch het verdriet van het verliezen.

Mijn vriend S. bijvoorbeeld haat sport. Hij identificeert zich liever met slachtoffers, wat heel lief is, maar zijn vriendschap is daardoor tijdens de Olympische Spelen ondoenlijk.

“Hoeveel miljarden kosten die spelen wel niet?”

“Als men dezelfde energie zou inzetten voor ons milieu zou het stuk beter gaan met de aarde.”

“Als er nu iets de aarde vernietigt, dan is het ’t sterven naar steeds beter, sneller, hoger.”

Ik klem de kiezen op elkaar.

Mijn vriend heeft het succes van het goedkope gelijk. “En dan dat vreselijke nationalisme,” zegt hij.

“Sport verbroedert,” zeg ik. Het tegendeel is bij ons het geval.

“Sport houdt het kapitalisme in stand,” hoor ik.

“Gelukkig wel,” antwoord ik, “zonder kapitalisme geen sport.”

Waarna we belanden in een oeverloze discussie.

Ik kijk naar de Olympische Spelen.

Mijn vriend plundert intussen mijn boekenkast. “Schrijvers zijn mijn olympiërs,” zegt hij.

Hij houdt een boek van mij op.

“Oké,” zeg ik, “deze wedstrijd win jij.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden