Column

Ben ik de man die meisjes beboet?

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Een agent kijkt naar een zwerver die op een bankje ligt te slapen. Hij zou hem eigenlijk wakker moeten maken en wegsturen, maar hij weet niet waarom. Ooit ging hij bij de politie om mensen te helpen en te beschermen, maar behulpzaamheid staat niet meer in zijn woordenboek.

De sterke arm der wet is kennelijk niet voor strelen gemaakt, denkt hij, terwijl hij naar zijn collega kijkt, die in de Weesperstraat een meisje dat zonder licht fietste beboet.

"Ik doe dit alleen maar om je te beschermen," hoort hij zijn collega zeggen. De agent haat dat wat hij langzaam is geworden. Als je geld vraagt voor bescherming, ben je in feite niets meer dan een pooier.

Hij gaat naast de slapende zwerver op het bankje zitten en schudt met zijn hoofd. Is dit echt wie ik ben? Ben ik de man die meisjes beboet? Meisjes die studeren. Meisjes die geen geld hebben. Meisjes die in de problemen komen door zo'n boete.

Over een paar maanden is de boete vervijfvoudigd. De muren van haar studentenkamertje zullen op haar afkomen. De muren die haar hadden moeten beschermen, vallen haar aan. Alles wat haar had moeten beschermen, bleek malafide.

Voordat hij bij de politie ging werken, wilde hij beeldhouwer worden. Op zijn zolderkamer aan de Lijnbaansgracht kleide hij de gezichten van nagenoeg alle Amerikaanse presidenten in elkaar.

Er waren ook vrouwen. Toen wel. En hij kon altijd uitslapen. Er was geluk. Flessen rood en skamuziek. De baard van Lincoln is het mooiste wat hij ooit heeft gemaakt.

"Vroeger was ik beeldhouwer," zegt hij tegen de slapende zwerver. "Weet je wat het mooie aan beeldhouwen is? Dat er altijd iets verschijnt als je iets weghaalt. Als agent haal ik ook wel dingen weg, maar dan verschijnt er niets. Ja, schaamte."

De agent kijkt naar de vieze nagels van de zwerver. Ze zijn zwarter dan de koffie die hij een uur geleden op het bureau dronk. Hij haalt een tandenstoker uit zijn binnenzak en maakt er heel voorzichtig de nagels van de zwerver mee schoon. De balletjes vuil die op straat vallen lijken op zwarte peperkorrels.

Dan ziet de agent die ene schoen staan. Een linkerschoen staat een halve meter voor het bankje. Het is een oude bergschoen en er steekt een wortel uit. De zwerver heeft zijn schoen gezet.

In een avondwinkel die overdag ook open is, koopt de agent wat pepernoten, een chocoladeletter en twee blikjes bier. Hij haalt de wortel uit de schoen en stopt er dingen in. De agent haalt iets weg en er verschijnt iets.

In de verte geeft zijn collega een boete aan een studente die door donkeroranje fietste. Het meisje ontploft, het achterste van haar tong is in een mijnenveld veranderd. Zijn collega stapt op al haar smaakpapillen.

"Het is misschien een oneerlijke wereld, maar het is wel een veilige wereld," hoort hij zijn collega zeggen.

De agent kijkt naar de baard van de zwerver. Zijn baard lijkt op de baard van Lincoln. Hij gaat er met zijn vingertoppen doorheen. De sterke arm der wet heeft nog nooit zo zacht aangevoeld.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden