Opinie

‘Belofte maakt schuld: Nederland, vang de vluchtelingen uit Moria op’

Nederland heeft zich verplicht te zorgen voor hen die in mensonterende omstandigheden leven. Tijd om daarnaar te handelen, stelt Symone Gaasbeek-Wielinga.

Een persoon staat in het vernietigde kamp Moria.Beeld EPA

Gedurende vele eeuwen stond Nederland bekend als land dat ruimhartig buitenlandse vluchtelingen opnam en hen kansen en een toekomst bood. Dat is aan het veranderen, zo hebben we de afgelopen, weken, maanden, nee: jaren, wel kunnen zien.

In 1948 tekende Nederland de Universele ­Verklaring van de Rechten van de Mens. Dat verdrag verplicht ons vluchtelingen menswaardige opvang te bieden. Ook het vluchtelingenverdrag van de VN, dat in 1951 werd gesloten, legde rechten van vluchtelingen vast, zoals wie er recht op asiel heeft en welke rechten die status met zich meebrengt. Ook onder dit verdrag heeft ons land zijn handtekening gezet waarmee het zich verplichtte de bepalingen uit dat verdrag goed na te leven.

Het zijn verdragen met waarden waar Nederlanders aan hechten en die Nederland mee groot gemaakt hebben. Maar het zijn ook verdragen waar wij ons tegenwoordig steeds meer aan onttrekken. Niet wij als land, maar de Europese Unie moet oplossingen vinden. Maar ook dat gebeurt niet, zo blijkt uit een recent onderzoek van Amnesty International: de lidstaten spannen zich steeds meer in om mensen de toegang tot EU te verhinderen.

De Turkijedeal, in 2016 gesloten door de EU, was een poging om vluchtelingen te weren, in ruil voor geld. De EU zou Turkije 6 miljard euro betalen om vluchtelingen daar te houden. Samen met de EU leken we zo van de verantwoordelijkheid af te zijn. Bijna geen vluchtelingen meer in Nederland, de opvanglocaties konden gesloten worden, want en er waren ineens te veel opvangplaatsen.

Maar Turkije besloot in februari 2020 de grenzen naar de EU weer voor vluchtelingen te openen. Nog afgezien van het feit dat Turkije vluchtelingen vaak – in strijd met waartoe bovengenoemde verdragen ons verplichten – ten onrechte terugstuurt naar het land van hun herkomst en hen belemmert op sociale en economische rechten aanspraak te maken, is het probleem dus helemaal niet opgelost.

Kamp Moria

De laatste drie jaar zijn honderden berichten verschenen over de onmenselijke toestanden in het kamp Moria op het Griekse eiland Lesbos, een kamp waar vijf keer meer mensen dan waarvoor het was bedacht gedwongen verbleven, vaak jarenlang, omdat de asielprocedures helemaal vastliepen.

De Nederlandse overheid en de EU weten goed dat de vluchtelingen daar in barre omstandigheden moesten leven: schurft en diarree, luizen, lange wachtrijen voor een bordje eten, leven in de kou met lekke tenten en één douche per 600 mensen. Artsen zonder Grenzen zag er veel getraumatiseerde kinderen die gestopt waren met praten, leden an slaaptekort of zelfmoord overwogen. Als gevolg van de grote brand van onlangs is een aantal kinderen overleden.

De Nederlandse overheid zweeg vooral, terwijl mensen als wijzelf in deze wantoestanden moesten leven. Dringende verzoeken aan ons land om slechts vijfhonderd alleenstaande kinderen uit deze ellende te redden, legden we naast ons neer, tot grote schaamte van veel Nederlanders. En het werd nog erger.

De brand en de verwoesting van Moria, de hopeloze situatie van de vluchtelingen, die nu met hele gezinnen letterlijk op straat slapen, die hun schamele bezittingen kwijt zijn en nog verder getraumatiseerd zijn, is te erg voor woorden. Met heel veel moeite kon onze regering erin toestemmen 100 kinderen op te nemen. De 400 vluchtelingenkinderen die wij niet willen opvangen, worden nu naar het vasteland van Griekenland gebracht zonder dat er duidelijke plannen voor hen zijn, laat staan dat ze er een toekomstperspectief hebben.

Gekapte olijfbomen

Bewoners van Lesbos verzetten zich terecht tegen herbouw en nóg een kamp op hun eiland. Zij hebben al erg geleden onder de vluchtelingenstroom. Het eiland telt ongeveer 85.000 inwoners. Het kamp Moria bracht daar 16.000 immigranten bij. Door de vele beelden over aanspoelende migranten is het toerisme met meer dan de helft afgenomen.

Bewoners van kamp Moria zijn inmiddels ook in de problemen geraakt vanwege het kappen van lokale olijfbomen om met het hout vuurtjes te stoken, het stelen van dieren omwille van hun vlees en het zich wassen op toeristische stranden, waardoor die minder aantrekkelijk worden. En dan zijn er nog de vluchtelingen die drinken, schreeuwen en vechten.

Terwijl de bevolking van Lesbos zich vooral in de beginjaren enorm inzette om de vluchtelingen te helpen in het vertrouwen dat de EU hen zou bijstaan en zou zorgen voor vervolgopvang, werden de problemen op het eiland steeds groter. Ook voor deze eilandbewoners is het tijd dat zij weer een normaal leven kunnen leiden.

Hoezo met geheven vingertje reageren op de Engelse premier Boris Johnson die de brexit-overeenkomst dreigt te schenden, als wij onszelf niet aan onze eigen verdragsverplichtingen houden? En waar blijft de gewone medemenselijkheid die uiteindelijk ten grondslag ligt aan die verdragen?

De verantwoordelijkheid én de juridische verplichting om vluchtelingen fatsoenlijk op te vangen ligt in eerste instantie bij Nederland zelf, daarna pas bij de Europese Unie en dus niet bij Griekenland of bij Turkije.

Symone Gaasbeek-Wielinga, mensenrechtenadvocaat en voorzitter van de Liga voor de Rechten van de Mens.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden