Plus Thomas Acda

Bellend leg je het af tegen deze telefoontijger

Thomas Acda. Beeld Artur Krynick

Als een vrouw op een bospad loopt te bellen en ze zegt: ‘Dat zou ík bijvoorbeeld niet kunnen,’ is het zelden een compliment. Nee, ik lig niet wéér op de grond. Ik weet inmiddels waarom ik zo vaak viel; je moet niet de hele tijd op high staan op je elektrische fiets. En waarschijnlijk in het dagelijks leven ook niet.

Ver van het terras waar vrolijkheid met friet en vrienden als een oude film mijn vorig leven in herinnering roept, dacht ik water en wat noten tot een fijne maaltijd te kunnen fantaseren. Ik was een eind op weg tot een moeder haar kroost in de steek liet om al bellend het terras te verlaten. “Dat zei ik dus ook… dat zei ik dus ook…”

Altijd fijn als mensen het met elkaar eens zijn, ware het niet dat in deze moderne wereld ze zelden samen rustig op een bankje zitten. Steevast zijn ze slechts door telefonie verbonden. Ring zes van Dantes Hel is voor de bellende mens die het louter om het vaststellen van de verwijdering gaat. “Waar ben jij? Ik niet! Amsterdamse Bos! Het bos, ja! Jij? O. Ik niet!” Vanzelfsprekend niet. De dame die voor mij drentelt vindt mij een veel minder grote inbreuk op haar privacy dan de mensen met wie ze normaal verkeert. Een ongewenst compliment.

“Dat zou ík bijvoorbeeld niet kunnen…” Wat zou zij niet kunnen? Op het schelpenpad heen en weer, voor mij langs, als was ik een leeg bankje met zo’n modern goedkoop kunstwerk erop, bijna echt. Meestal Charlie Chaplin of een onfortuinlijke negentiende-eeuwse zwarte bediende die tot in lengte van dagen een dienblad op moet houden, maar nu dus ik. Het moet gezegd, ik zit vrij stil.

“Op het laatste moment, hè… dag van tevoren… Precies… z’n werk. En weg is ie!” Aha, hij heeft afgebeld. Iets met zijn werk, op het laatste moment, en hij heeft gebeld. Waarschijnlijk geappt, als ie slim is. Bellend leg je het af tegen deze telefoontijger.

Ik neem tevreden een hap noten, voor mij is er in ieder geval iets duidelijk geworden. Ze ziet het. Ze bekijkt me. Als heeft ze een clown besteld voor de verjaardag van een van haar kinderen en ik lijk voor geen meter op de webpaginafoto. Die kan geen ballon vouwen, zie je haar denken. Twee seconden doen we allebei niets en krijgen de vogels een kans. Dan gaat ze weer: “Ik zou het niet kunnen!” Ik vouw het pindazakje tot een niet onaardige dolfijn, maar laat het haar maar niet zien. Straks kan ze dat ook al niet.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden