Opinie

'Beleid van D66 is braaf en vaak behoudend'

De ironie van de geschiedenis wil dat D66, vijftig jaar na lancering, bij uitstek een middenpartij is geworden. Links tegen rechts, schrijft John Jansen van Galen, er is niets van terecht gekomen.

D66-leider Hans van Mierlo viert de verkiezingszege van 1967 Beeld anp

Eigenlijk berustte de lancering van D66, dezer dagen vijftig jaar geleden, op een misverstand. Of laten we zeggen: op onbegrip. Op 15 september 1966 werd een appèl uitgevaardigd (het Appèl '66) 'aan iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie'. Dat sloeg aan, want menigeen was ervan overtuigd dat het er met de Nederlandse parlementaire democratie beroerd voor stond.

Dat gevoel werd nog heviger toen een maand later in de Nacht van Schmelzer door de aldus geheten fractievoorzitter van de Katholieke Volkspartij het christelijk-rode kabinet-Cals ten val werd gebracht. Daar had je de verloedering van de democratie die het appèl van D66 laakte.

Vanzelfsprekende macht
Dat kabinet was namelijk, als opvolger van het confessioneel-liberale kabinet-Marijnen, tot stand gekomen zonder dat de kiezer iets gevraagd was. En anderhalf jaar later hadden de katholieken er blijkbaar alweer genoeg van. Ze dumpten de PvdA-ministers en regeerden voort als rompkabinet-Zijlstra, om na de verkiezingen van 1967 wederom in zee te gaan met de VVD!

Dat was wat de democraten ergerde: de vanzelfsprekende macht in het midden van confessionele partijen die de helft van het electoraat achter zich hadden, maar voor alle Nederlanders de dienst uitmaakten. En die naar eigen goeddunken nu eens met links, dan weer met rechts regeerden, een keuze die hun staatssecretaris Bauke Roolvink omschreef als 'lood om oud ijzer'.

Verlamming
Die situatie haalde iedere dynamiek uit de Nederlandse politiek. Anderen konden nastreven wat ze wilden, de gelovigen hadden toch het laatste woord, en dat was doorgaans een behoudzuchtig, behoedzaam en braaf woord.

Beeld Homeira Rastegar

John Jansen van Galen

is journalist en schrijver. Hij schreef 25 jaar lang columns voor Het Parool.

Die verlamming moest doorbroken worden en daartoe stelde het Appèl twee hervormingen voor: rechtstreekse verkiezing van de premier en (her)invoering van een districtenstelsel bij verkiezingen. Zo zou er eindelijk, het was een veelgebruikte term in die dagen, duidelijkheid komen in ons politieke bestel. Want die ingrepen zouden confessionele kiezers voor een onontkoombare keuze stellen tussen progressief en conservatief en het front van de christelijke partijen zou gebroken worden. Voortaan geen slap midden aan de macht, maar een tweedeling van links tegen rechts. Duidelijkheid.

Rood met witte rand
U weet: er is niets van terecht gekomen. Het kabinet-Den Uyl was zes jaar later een krampachtige poging om nog iets van die duidelijkheid te redden. Het program van de drie progressieve partijen (Keerpunt '72) werd voor 'ononderhandelbaar' verklaard, het kabinet werd 'rood met een witte rand' genoemd en de christelijke ministers werden amper gedoogd. Het sterkte hen slechts in hun streven de partijen te fuseren. Zo ontstond het CDA, een middenpartij, die gedurende de jaren tachtig het toneel beheerste.

De gekozen minister-president en het districtenstelsel waren toen allang dood en begraven. En als dat niet gebeurd was? Dan zou Nederland tot in lengte van jaren door conservatief-rechtse kabinetten zijn bestuurd, waar links niet aan te pas kwam omdat we geen coalitieregeringen meer hadden.

Middenpartij
Dat is het misverstand, of het onbegrip, dat ten grondslag lag aan de stichting van D66: dat de Nederlander als puntje bij paaltje kwam progressief gezind is. Het is nooit zo geweest. In de jaren negentig kon het CDA alleen uit de regering verdreven worden door een monsterverbond van links en rechts dat men Paars noemde en dat nu wordt voortgezet als Rutte II.

Het ideaal van duidelijkheid was een droombeeld, misschien een nachtmerrie. Een dictator kan het zich veroorloven duidelijk te zijn, in een democratie moet een meerderheid gewonnen worden en daartoe moeten standpunten van anderen verdisconteerd worden, het belang van minderheden in acht worden genomen en grondige bezwaren worden meegewogen. En zo krijg je vanzelf een beleid dat behoedzaam is, braaf en vaak behoudend.

De ironie van de geschiedenis wil dat D66 zelf bij uitstek een middenpartij is geworden: bereid tot samenwerking met nagenoeg alle partijen op links en rechts en die bereidheid in praktijk brengend in gelegenheidscoalities. En haar program herschrijvend naar bevind van zaken. Heel verstandig en pragmatisch, maar niet duidelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden